Veiligheidsregio: Twaalf gemeenten in een regeling,

Eén gemeenschappelijke regeling, één gemeenschappelijk doel? 

Brandweer, geneeskundige dienst bij ongevallen en rampen (GHOR), GGD en een beetje politie. Door samenvoeging van deze disciplines in één gemeenschappelijke regeling wat we noemen een veiligheidsregio, moeten deze organisaties beter op elkaar afgestemd zijn om te kunnen optreden bij grootschalige rampen. Hier is veel over te doen geweest en veel over geschreven. Veel is aan de orde geweest in de raadsvergadering van 20 maart in Tynaarlo. Op 28 maart jl. is in een openbare bijeenkomst op het gemeentehuis in Vries getracht van de zijde van het college met ondersteuning van ambtenaren vragen danwel uitleg te geven aan die zaken die in een 8 pagina grote briefing de fracties had bereikt. Er werden door de fracties deze avond maar enkele aanvullende vragen gesteld, die het zelfde antwoord opleverde als de antwoorden in de briefing van het college. Die gene die niet zijn geweest hebben dan ook niets gemist.

 

Samenvatting 28 maart 2007

De vertegenwoordiger (directeur) van de GGD hield een 10 minutenlang betoog en schetste de vele onvolkomenheden binnen de GGD die hij had aangetroffen bij zijn aantreden. Het afgelopen jaar had hij, zoals hij het uitdrukte, goed de wind er onder en waren vele verbeteringsslagen gemaakt. Vooral op het onderdeel financiën was één en ander grotendeels onder controle. De gedachte van een openeind financiering was binnen de GGD verlaten. Er moest echter nog veel gebeuren maar samengevat was het verhaal van dat de GGD niet voor niets 30.000 euro per maand investeerde om in te kunnen steken in de veiligheidsregio.

Op de vraag dat de GGD 90% bestaat uit diensten die niets te maken hebben met veiligheid maar met volksgezondheid, werd dit bevestigd. Dat was echter voor de directie geen belemmering om mee te doen. Er is hem er op gewezen dat dit een politiek besluit dient te zijn. Juist de te veel financiële openeinden voor de gemeenten, die hiervoor verantwoordelijk zijn, maken deze kopschuw. Dit werd niet ontkend. Op de vraag in hoeverre het verstandig zou zijn om tot uitstel te komen voor minimaal een half jaar, reageerde de GGD vrij fel. Het was nu kiezen voor ja of nee. Zijn ervaring was als niet direct werd gekozen dit vaak leidt tot afstel. Zijn organisatie investeerde niet voor niets met veel geld en mankracht in de veiligheidsregio. Zeg dan nee of ja, maar houd ons niet aan het lijntje. Het kost ons dan te veel aan mankracht en geld.

 

Voor wat betreft de jeugdzorg, klopt het dat dit werd binnen geschoven in de veiligheidsregio. Het blijft een taak van de gemeenten. Toch moet men, volgens de GGD,  niet te veel koud water vrees hebben. Natuurlijk blijft het prestatieveld binnen de WMO liggen. Juist binnen de GGD is veel kennis en gegevens aanwezig van waaruit gericht kan worden gewerkt. Eventuele calamiteiten kunnen dan zeer goed het hoofd worden geboden.

 

Samengevat: met de enkele aanvullende vragen bleef de raad in meerderheid van mening dat er nog te veel kwaliteitsslagen moeten worden gemaakt binnen de GGD en is in de bijdrage van de GGD de raad niet duidelijk de toegevoegde waarde daarvan. De financiële paragraaf, dat is hen wel duidelijk geworden, is zeer kwetsbaar komen te liggen.

 

Dat geld ook voor het verhaal brandweer. Ook hier werd de raad van Tynaarlo duidelijk dat de vertegenwoordiger een en ander rooskleuriger voorstelde dan dat het is en het noodzakelijk is in te steken in de veiligheidsregio. Binnen de brandweer zo kwam het over, zou het grote deel van de leiding ook deze mening zijn toegedaan. Op de werkvloer horen we echter andere geluiden. Op de vraag hoe het zit met de mogelijkheden binnen de brandweer, in relatie met het kritische rapport of men is toegerust voor rampen van de categorie 1, 2, 3 4 en 5, was andere koek. Dit werd niet ontkend maar men probeert om op korte termijn in ieder geval categorie 2 te halen. Met enkele voorbeelden als duikersploeg etc. werd de raad van Tynaarlo duidelijk dat er nog veel verbeterslagen moeten worden gemaakt.

 

Samengevat, ook hier blijkt veel ongewis en de grote problemen die er zijn met de inzetbaarheid bij rampen. Deze zullen zoal niet worden opgelost door verder regionalisatie. Ook zal een en ander zeker financieel de gemeentelijke begrotingen onder druk zetten.

 

In de afsluiting op 28 maart is de vergelijking gemaakt van het ziekenfonds. Een jaar geleden waren we als huisgezin verplicht verzekerd voor 90 euro. (echtpaar en drie kinderen) nu betaal je 240 euro per echtpaar en voor de 3 kinderen nu ouder dan 18 jaar 3 x 94 euro. Samen levert dit het bedrag op van 522 euro. Als korting ontvangt men 183 euro aan zorgtoeslag. Netto dus 339 euro. Nu blijkt echter dat dit wordt betaald voor een basispakket. Wil men voor meer zaken verzekerd zijn dan moet men zich bijverzekeren. Juist voor die zaken, die voorheen (tijd van verplicht verzekerd zijn) in het pakket zaten.

En voorzitter, dit gaat ook gelden voor de veiligheidsregio. We krijgen een basispakket geleverd voor het zelfde geld wat we tot heden ontvingen voor het totale pakket. Financieel is dit dan niet te overzien. Ondanks dat het rijk ons afscheept met tientallen miljoenen in de aanloop. Voorzitter, er zijn veel voorbeelden en vergelijkingen te noemen. Groter is niet altijd beter, samenwerkingsverbanden kosten altijd veel meer en is er geen directe zeggenschap meer van de raden en wordt wederom een bestuurslaag opgetuigd waar we ons van moeten afvragen of we daar op zitten te wachten.

 

Voor of tegen.

Ja, of nee zoals de directeur van de GGD de raad voorlegde. Een tussen oplossing blijkt er niet te zijn. Op zich jammer. Juist enig uitstel kon duidelijkheid brengen over de nog veel opstaande vragen en bedenkingen en de financiële gevolgen. Twijfel en dan toch maar ja zeggen, kan zeker voor de gemeenten wel eens heel slecht uitvallen. Verschillende fracties zijn niet overtuigd geraakt van het tegendeel. Ook kreeg men niet de indruk dat alle fracties stonden te juichen.

 

Het doel:

Het doel, recentelijk vastgesteld, was een veiligheidsregio op te zetten voor interlokale rampen. Hierin zouden tenminste de brandweer en de GHOR in moeten zitten, met een ‘poot’ van de politie. In verschillende publicaties is de rol van de politie al uitvoerig besproken. Er was sprake van een keuze voor centralisatie van de politie. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten kwam toen met een reactie, die volgens ons terecht is: een uitgeklede veiligheidsregio, met slechts de Regionale Brandweer Drenthe (RBD) en de GHOR, met de vrije keuze om de GGD hierbij toe te voegen, zal zijn doel missen. De vraag is dan terecht van moeten we hier nog mee doorgaan? Immers, een samenwerking moet een meerwaarde hebben, maar moet je daarvoor ook het beheer centraliseren?  

 

In de verschillende opties die voor onze regio werden voorgesteld, viel de keuze voor een combinatie met deze laatst genoemde partijen (GGD,GHOR en RBD). Optie 1A genoemd.

 

In het document "strategisch communicatieplan" wordt een overzicht gegeven van de kosten per inwoner: € 16,02 in 2006, oplopend tot  € 21,99 in 2009. In 2011 is er al sprake van een inschatting van € 24 per inwoner. Hier ontbreken nog vele financiële gegevens die het uiteindelijke bedrag van 24 euro ver zal overschrijden.

Belangrijk is namelijk te realiseren dat de synergie-effecten hierin wél zijn meegenomen, maar de kosten voor de broodnodige kwaliteitsverbetering van de drie deelnemende instanties niet. Onze gemeente zal hiervoor nog de afzonderlijke rekeningen op haar bordje gelegd krijgen. Zo stond dit uitvoerig te lezen in het rapport van Commissie Bijl, die zich gebogen heeft over het voorgestelde Drentse model.

 

In het beslisdocument staat namelijk expliciet dat de kwaliteitsslagen bij de gemeenteraden afzonderlijk worden neergelegd. Ons hoeft men niet uit te leggen wat dit voor o.a. de gemeente Tynaarlo betekend. Je kunt dan achteraf mopperen als je er niet mee eens bent, maar als je eenmaal ja hebt gezegd tegen het voorstel van het college kan je als één van de twaalf deelnemende gemeenten niet meer terug. In de nieuwe kabinetsformatie staat beschreven dat de wettelijke verplichting voor de lokale brandweerkorpsen om te regionaliseren komt te vervallen. Wat lokaal kan moet lokaal blijven dus.

 

Wat ons nu is gepresenteerd is een intentie om te komen tot een gemeenschappelijke regeling met de RBD, GHOR en GGD.  In de raad van 20 maart in Tynaarlo heeft de Raad verschillende kanttekeningen en opmerkingen geplaatst bij de verschillende onderdelen:

 

Kort samengevat:

We noemen nog even de RBD. Een wettelijke basis voor verplichte deelname ontbreekt. Gemeenten moeten zelf bepalen welke taken zij in de regio willen onderbrengen. Het GHOR. Verdere professionalisering, uitbreiding Fte’s (formatieplaatsen). Dit, nadat enige tijd geleden Fte plaatsen moesten verdwijnen, en dus ook een stuk kennis verloren is gegaan.
De GGD. Interne opschoning bedrijfsvoering en financiën, interne taken opschonen (markttaken uitzetten). Dit proces loopt nu, maar is nog lang niet af. Over de toevoeging jeugdgezondheidszorg (JGZ) het volgende: de JGZ heeft weinig te maken met veiligheid maar wordt als wettelijke taak van de GGD, voor het gemak, binnen de veiligheidsregio’s ingepast. Echter, de ontwikkelingen rondom het thema jeugdgezondheidszorg zijn nog gaande, en heeft op verschillende raakvlakken met andere beleidsvelden zoals de Wet op Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Hoe en welke verantwoordelijkheden de jeugdgezondheidszorg op inhoudelijk gebied zowel als deze uitvoering gaat krijgen, is nu nog niet bekend. Hier dient eerst duidelijkheid over te komen.

 

Kostenpost:

Niemand zal er tegen zijn dat taken die op lokale schaal kostbaar zijn, gezamenlijk uitgevoerd kunnen worden. Als twaalf gemeenten producten en eventueel diensten inkopen, lijkt dit ook economisch gezien effectief en kostenbesparend te zijn. Hiervoor is echter geen veiligheidsregio nodig, in één gemeenschappelijke regeling.

De kosten voor de burger stijgen aanzienlijk (de € 24.04 die voor 2011 per inwoner voor het basispakket  wordt verwacht, is namelijk exclusief de kosten voor de broodnodige kwaliteitsslagen die er nog gemaakt moeten worden en exclusief de pluspakketten). De altijd aanwezige overheadkosten zijn ook nog onbekend. In het huidige voorstel is te zien dat de kosten in de komende jaren fors zullen stijgen. Hierbij is geen rekening gehouden met datgene wat onze gemeente buiten het basispakket noodzakelijk acht om in te kopen.

 

Samengevat moeten we het volgende stellen:

Door toevoeging van de jeugdgezondheidszorg en het vervallen van de verplichte regionalisering van de brandweerkorpsen, kan worden afgevraagd of men nog kan spreken over een veiligheidsregio zoals het oorspronkelijk bedoeld was.

 

We gaan meer betalen voor clustering van activiteiten.

 

De kwaliteitsslagen moeten gemaakt worden – de gemeente betaald, de regio bepaalt.

 

We moeten allemaal instemmen met een basispakket (breed draagvlak is dus nodig).

 

Voor pluspakketen (maatwerk) moet extra worden ingekocht en dus extra betaald worden.

 

Het zicht van de raadsleden op het totale gebeuren is weg; er is namelijk een zelfstandig opererend orgaan ontstaan, los van de gemeente.

 

Een gemeenschappelijke regeling, leidt zelden tot tevredenheid vanwege zijn onbeheersbaarheid (zeker financieel) voor de gemeenteraden. De autonomie van de gemeente wordt uitgehold. Ons advies zal dan moeten zijn een besluit hierover minimaal een half jaar uit te stellen. Dwingt men ons echter een ja of nee uit te spreken, dan moge duidelijk zijn welke keuze we dan dienen te nemen.

Nee, zal dan het antwoord moeten zijn.

Tynaarlo, april 2007