Raadsvergadering 5 februari 2008
Onderwerp: fusie onderwijs Haren/Tynaarlo
Voorzitter,
Voor de 3e maal krijgt de raad het verzoek van de portefeuillehouder om een intentieverklaring uit te spreken voor wat betreft een samengaan en verzelfstandiging van het openbaar onderwijs in Tynaarlo en Haren. Tekende zich in de 2e sessie een meerderheid af die de onderbouwing te magertjes vond en nog nadere onderbouwingen wilde hebben maar het college deze niet paraat had, dat was het moment het voorstel terug te nemen om hier later op terug te kunnen komen. We hebben het voorstel wederom tegen het licht gehouden en ons de vraag gesteld of onze twijfel hiermee was weggenomen.
Één antwoord is ons bijgebleven. Op de vraag vanuit de raad of later terug zou kunnen worden gekomen als de raad nu een intentieverklaring zou vaststellen, met andere woorden we zien later alsnog af van de fusie, is ons door de portefeuillehouder te verstaan gegeven dat daar geen spraken van zou kunnen zijn. Je doet het of je doet het niet. Nu ja zeggen en later hierop terugkomen zou je de stempel van een onbetrouwbare partner kunnen opleveren. Met andere woorden, het is niet het uitspreken van een intentie verklaring maar duidelijk het nemen van een principe besluit, zoals het college ook aangeeft in haar beantwoording aan de VVD. De zogenaamde intentie verklaring is dus een definitief besluit geworden.
Voorzitter, bij een zo’n grote ingreep binnen het onderwijs in Tynaarlo dient de indiener ons duidelijke inzicht te geven hoe een en ander met elkaar verhoud.
Een 1e inkijk zou dan moeten zijn in de huidige financiële situatie en die van de toekomstige financiële situatie en liefst uitgesplitst. Hier is wel om gevraagd maar kan niet worden geleverd.
Als we van een bruidschat spreken dan staat voor ons vast dat Haren een arme en oude bruid is. Je zou toch mogen verwachten dat de zoektocht als jonge gemeente, zou gaan naar een jonge, rijke bruid. Of we moeten als raad vallen op oude bruidjes die er voor kiest samen oud te willen worden. De bruidsschat bestaat uit twee onderdelen: in de eerste plaats moet de gemeente met een bedrag voor bestuurskosten over de brug komen. Want tot aan de privatisering werkt het gemeentelijk apparaat voor de openbare scholen.Daarna moeten de scholen voor veel zaken een administratiekantoor inhuren en bestuurders betalen. Bovendien moeten de scholen een bedrag mee krijgen om het onderhoud op peil te brengen: van het meubilair, van de onderwijsmethoden en soms ook van het schoolgebouw. Dat laatste is lastig in kaart te brengen. Het schoolbestuur wordt verantwoordelijk voor de binnenkant van het gebouw, de gemeente blijft verantwoordelijk voor een deel van de buitenkant. Wel voor het dak, maar niet voor bijvoorbeeld de zonwering.
Het belangrijkste of uitgezocht is een school wel dan niet openbaar blijft als er sprake is van 1 rechtspersoon, kunnen we niet terug vinden. Ons inziens is er sprake van een privé school als we het gieten in 1 stichting. En dan het grote gevaar dat door het management wordt weggewuifd. De financiële valkuilen mede veroorzaakt door de komst van de lumpsumbekostiging voor het basisonderwijs geven scholen veel meer financiële verantwoordelijkheid, maar brengt ook financiële risico's met zich mee.
Vergelijkingen gaan niet altijd op. We zouden bijvoorbeeld kunnen verwijzen naar de Stichting landschapbeheer hoe het daar is vergaan. Geen geld meer en de vraag of je als gemeente dan moet ingrijpen. De vraag moet dan eerst worden gesteld of dat wel kan als er sprake is van een zelfstandige stichting.
In uw voorstel schrijft u dat schaalvergroting de beste kansen geeft om de effecten van de lumpsumfinanciering adequaat op te kunnen vangen. De vraag die kan worden gesteld is of het bij iedereen duidelijk is wat de effecten dan zijn en bij twijfel zou hierover, eerst een antwoord moeten komen. In hoeverre het huidige management dat nu ook al opereert, op afstand is komen te staan van het gemeentebestuur blijft een vraag met daaraan gekoppeld of dit ook geld voor de afstand met de scholen.
Het college geeft aan dat een rechtspersoon het meeste oplevert. 1 persoon is echter het kwetsbaarst en kan je afvragen of het daar bij blijft. Wat gebeurd er straks met de uitvoerende van nu. Krijgen deze ontslag? De zinsnede dat ouders nog nadrukkelijker gaan participeren in de nieuwe opzet, kunnen we vraagtekens plaatsen en het tegenovergestelde misschien bereikt wordt met wat men beoogt. We doelen dan op de kwaliteit van het onderwijs.
Het college levert een staatje met 10 onderwerpen aan waar 4 daarvan een + hebben gegeven. Persoonlijk kunnen we daar niets mee. Om hoeveel gaat het nu dan. Zou zeggen voorzitter, noem getallen. We vinden het als fractie zoal onzin gezien in uw verhaal het risico gelijk blijft en niet vermindert. Mocht u daar anders over denken, had het dan genoemd in uw voorstel.
Al veel eerder hebben we aangeven vraagtekens te zetten bij de bestuurlijke verzelfstandiging. De verantwoording wordt afgeschoven. Hier zullen de bijzondere scholen blij mee zijn. Zij hebben het voordeel dat daar wel directe lijnen zijn. U hebt het in uw voorstel over uitbesteden van taken. Deze gaan dus naar een extern bureau te Assen en betekend extra kosten. U hebt het over een algemene directie dat wordt gefinancierd door niet ingezette directieformatie. Hoeveel is dat dan en waar is het geld al die jaren nu naar toegegaan. Dan nog een vaagheid “het kan wel vallen onder een andere kostenpost”. Welke is dat dan wat we nu niet weten. Verder is onacceptabel dat de scholen structureel 7.500 euro moeten bijdragen voor deze bovenschoolse organisatie. Het feit dat u aangeeft vraagtekens te plaatsen of de daadwerkelijk kosten binnen de normen zullen blijven, zou men hier dus zoal geen besluit op moeten willen nemen. Juist vanwege deze vaagheid.
Een eenvoudige vraag wat nu ABB-compensatie betekend, wordt niet beantwoord. Althans, wij hebben het niet kunnen vinden. Verder zou, wanneer het college spreekt van 425.000 euro voordeel, dankzij de bezuinigingstaakstelling, voor de duidelijkheid en overzichtelijkheid dit voordeel uitgesplitst moet worden waar de voordelen vandaan zijn gekomen. U noemt bij het kopje berekening overgangsbudget dat de bedragen in het rapport afwijken van uw voorstel. Met andere woorden dit rapport (VOS/ABB rapport) kan dus niet worden genoemd omdat er waarschijnlijk andere omstandigheden zijn. Tevens geeft u aan dat er nog een verdere uitwerking moet komen die meer zekerheden zouden moeten opleveren. Met andere woorden het kan ook anders uitpakken. Hierop kan dus geen beleid op worden gemaakt.
Voorzitter, In uw hele stuk, vooral als het gaat om de financiële consequenties, wordt veelvuldig termen als “buiten beschouwing gelaten, de verwachte kosten, er wordt uitgegaan van, nog niet duidelijk is”, gebezigd. Daarmee aangevende dat binnen het college ook grote twijfel bestaat hoe een en ander zal gaan uitpakken.
We hebben het dan nog niet gehad over Haren zelf en mocht in Groningen een herindeling gaan plaatsvinden en Haren of bij Hoogezand dan wel Groningen zal worden ondergebracht, dient de fusie dan weer ongedaan te worden gemaakt. Ook hebben we ons uitgangspunt geen voorstander te zijn van meer samenwerking verbanden met partners buiten de gemeentegrenzen, als raad niet herroepen.
En dan voorzitter de brief van de directeuren van de basisscholen. Leefbaar Tynaarlo heeft alle directeuren persoonlijk aangeschreven en hen verzocht ieder voor zich een antwoord te geven op dat wat wordt beweerd in de door hem of haar ondertekende brief. Een nader verklaring, als wordt gesproken van het vergroten van de slagkracht op zowel het personeel, financiën en materieel , het vergroten van expertise, dat een verzelfstandiging van de 13 scholen geen optie is maar met Haren de enige uitkomst dient te zijn en een grotere invloed van de regio ons deel zal worden, wordt geen antwoord hierop gegeven. Gesprekken met leerkrachten op de werkvloer waren duidelijker en voorspelde grote gaos en onzekerheden binnen het openbaar onderwijs in Tynaarlo.
Dat komt onder andere door de komst van de lumpsumbekostiging voor het basisonderwijs. Scholen krijgen daardoor veel meer financiële verantwoordelijkheid, maar dat brengt ook financiële risico's met zich mee. Kleine scholen kunnen die moeilijk dragen, vandaar dat de privatisering vaak wordt aangegrepen om kleine openbare basisscholen op te heffen. Stel dat de nieuwe Stichting van mening is dat om financiële redenen een kleine school als die in Zuidlaarderveen of Oudemolen dicht zou moeten, hoe kunt u dat dan tegen houden. Volgens ons kunt u dat dan niet.
Ook als het bedrag voor achterstallig onderhoud in kaart is gebracht, komt er waarschijnlijk een addertje uit het gras. Want dit laatste bedrag moet wettelijk ook worden doorbetaald aan het bijzonder onderwijs in een gemeente, en voorzitter, dat gaat in de papieren lopen
Voorzitter, een van de eindconclusie zou kunnen zijn dat als alles in 1 pot wordt gegoten, de gelden en de eisen, ( van (bij) scholing) voor elke school gelijk zullen zijn. Geen enkele school steekt er dan meer bovenuit. De vraag die je dan moet stellen hoe ver het pijl van het onderwijs kan zakken voordat het ons opvalt. Wel kunnen we stellen dat het onderwijs minimaal 4 ½ ton duurder wordt zonder het onderhoud gebouwen etc. daarbij te betrekken.
U begrijpt voorzitter, we hadden verwacht en stiekem gehoopt, dat een en ander duidelijker zou zijn geworden en eerdere vraagtekens waren weggenomen. Leefbaar Tynaarlo moet echter vaststellen dat voor haar het aantal vraagtekens alleen maar blijkt te zijn toegenomen en er geen reden zijn aangedragen om ons standpunt te veranderen. Een fusie met Haren dient dan ook ten zeerste te worden afraden, zeker als je weet dat tekorten moeten komen uit de schoolpot.
Tot zover onze derde bijdrage.