Nieuwsbrief Drents Belang
nummer 1
maart 2007
Drents Belang is een onafhankelijke partij en onderdeel van de Onafhankelijke Senaatsfractie van de 1e kamer (OSF).
Informatie bij de contactpersonen:
C.H. Kloos: 0592-542631
J.
Vos: 0546-864715
Drents Belang is al weer ruim vier jaar bezig zich een stevige plaats te verwerven binnen de provinciale van Drenthe. We moeten echter ook vaststellen dat de standpunten en berichten van van Drents Belang niet zo vaak door de media worden opgepakt dan wel weergegeven. Hierover zijn vele vragen gekomen vanuit deze achterban. Het gegeven dat Drents Belang niet de media kan sturen heeft Drents Belang besloten om er naar te streven per maand een nieuwsbrief uit te zetten. Hierin vindt u haar uitgangspunten over zaken waar duidelijke standpunten in zijn genomen zowel per brief als gesproken woord en alle andere wetenswaardige onderwerpen die belangrijk zijn om te weten. Als redactie hopen wij u als lezer op deze wijze op de hoogte te houden van wat zich binnen de provincie en daar buiten afspeelt. Wij wensen u veel leesplezier. Voor actuele zaken kunt u onze website bezoeken: www.drentsbelang.nl
De redactie
Noot: Heb je reacties, tips en opmerkingen? Reageer via de website of mail aan drentsbelang@hotmail.com komt u mensen tegen die na lezing van deze Nieuwsbrief graag op de maillijst voor de volgende Nieuwsbrief willen? Geef het adres dan door via drentsbelang@hotmail.com
Bijna helft Drentse basisscholen werkt met verouderd lesmateriaal
Situatie bevestigt landelijk beeld
In hoeverre is het aanvaardbaar dat basisscholen de aansluiting bij de
maatschappelijke werkelijkheid missen? Deze vraag drong zich op toen onderzoek
van TNS NIPO onlangs uitwees dat bijna zeshonderdduizend kinderen in het
basisonderwijs moeten werken met verouderde lesmethoden. De onderzoeksresultaten
deden veel stof opwaaien - in de pers en in de Tweede Kamer. Om eventuele
verschillen tussen regio's zichtbaar te maken, is het onderzoek verder
uitgewerkt. De resultaten van dit vervolgonderzoek zijn vandaag bekendgemaakt.
Voor Drenthe geldt dat 48 procent van de basisscholen werkt met sterk verouderde
methoden, vrijwel gelijk aan het landelijke percentage: 47 procent.
Onder verouderd lesmateriaal worden methoden verstaan met een leeftijd van tenminste elf jaar, inclusief ontwikkelingstijd. Het landelijke onderzoek van TNS NIPO wees uit dat van de ruim 5400 onderzochte basisscholen - zeventig procent van het totaal - er meer dan 2500 werken met sterk verouderde methoden. Van deze groep gebruiken 1300 scholen lesmethoden van tussen de twaalf en veertien jaar oud; 250 scholen werken met methoden die vijftien tot zeventien jaar oud zijn en de rest, een kleine duizend scholen, gebruikt methoden van achttien jaar of ouder. In Drenthe zijn 204 basisscholen ondervraagd, ofwel 66 procent van het totaal.

Het gebruik van verouderd lesmateriaal blijkt algemeen verspreid in het primair onderwijs en beperkt zich dus niet tot een kleine groep scholen. Voor de terughoudendheid van scholen waar het gaat om de vernieuwing van leermiddelen is geen financiële reden - de budgetten zijn toereikend voor aanzienlijk snellere vervanging.
Voor Drenthe geldt dat de lesmethoden voor de vakken Lezen en Aardrijkskunde gemiddeld nóg iets ouder zijn dan het landelijke gemiddelde. De Drentse scholen scoren iets minder slecht met de voor de vakken Taal en Spelling gebruikte methoden.
Het gebruik van verouderde lesmethoden baart om meerdere redenen zorgen. Allereerst lopen kinderen het risico de aansluiting bij de maatschappelijke werkelijkheid te missen. Zo leren ze in de aardrijkskundeles over landen die niet meer bestaan; leren ze spellen op basis van achterhaalde regels en leren ze lezen aan de hand van voorbeelden die niet aansluiten bij hun belevingswereld. Bovendien gaan nieuwe didactische inzichten, die meer recht doen aan de wijze waarop kinderen van nu leren, aan hun neus voorbij: meer dan vroeger is lesgeven gericht op het activeren van de leerling en op interactie, wat consequenties heeft voor de gebruikte lesmethoden. Daar komt bij dat oudere lesmethoden niet of nauwelijks ICT bevatten, of ICT die zodanig is verouderd dat er niet op een geloofwaardige manier mee valt te werken.
Zowel het landelijke onderzoek als het vervolgonderzoek is uitgevoerd in opdracht van de GEU, de brancheorganisatie van educatieve uitgeverijen.
Door: Anne-Marije Groeneveld, Europa decentraal, kenniscentrum Europees recht en beleid voor decentrale overheden
We willen u dit stuk niet onthouden. Momenteel is er veel onrust onder de verschillende brandweerkorpsen. Een en ander heeft zeker te maken met de op stapel staan van de veiligheidsregio’s en de reorganisaties die dit met zich mee zal brengen. Hierover komen we later zeker op terug. Verschillende raden zullen op korte termijn hierover besluiten moeten nemen.
Op 7 maart zijn de vakbonden en de VNG
overeengekomen dat de werkweek van brandweerlieden in 24-uursdienst wordt
teruggebracht van 54 naar 48 uur met behoud van loon. Het akkoord maakt
een einde aan het conflict over arbeidstijden van brandweerlieden, dat ontstond
naar aanleiding van de uitspraak van het Hof in het Jaeger-arrest. In het
akkoord is afgesproken dat alle roosters van de gemeentelijke brandweerkorpsen
zo snel mogelijk moeten worden aangepast en dit in overeenstemming met de
Arbeidstijdenrichtlijn moeten zijn.

Achtergrond
Het Europese Hof van Justitie deed op 9 september 2003 uitspraak in de
zaak-Jaeger (C-151/02), over Richtlijn 93/104/EG, betreffende een aantal
aspecten van de organisatie van de arbeids- en rusttijden. Het Hof stelde in
deze uitspraak vast dat de door artsen aan wachtdiensten bestede tijd in zijn
geheel als arbeidstijd moet worden aangemerkt als de fysieke aanwezigheid van de
artsen in het gezondheidscentrum is vereist. Het Hof was van mening dat een
nationale regeling van een lidstaat waarin een beschikbaarheiddienst als
rusttijd wordt aangemerkt strijdig is met Richtlijn 93/104/EG. Deze uitspraak
heeft niet alleen betrekking op artsen, maar ook op andere beroepsgroepen
waarbij aanwezigheidsdiensten gehanteerd worden, zoals ten aanzien van
brandweerlieden.
Geschiedenis
In de loop van de tijd hebben verschillende brandweerkorpsen hun roosters al naar aanleiding van deze uitspraak aangepast. In sommige gevallen waarin dit niet gebeurde, stapten werknemers van de brandweer naar de rechter om hun gelijk te halen.

In een uitspraak van 13 november 2006 stelde het kantongerecht in Rotterdam dat
brandweerlieden in Rotterdam niet langer 54 uur per week hoeven te werken. De
rechter bepaalde dat het gehanteerde dienstrooster in strijd was met de Europese
richtlijn voor Arbeidstijden waarin een maximum is opgenomen van 48 uur. De
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, aan wie de gemeente Rotterdam haar dienst
brandweer overgedragen heeft, moest in een nieuw dienstrooster rekening houden
met dit verminderde aantal uren.
Ook de rechtbank in Den Haag heeft op 27 februari 2007 een brandweerman die met
behoud van salaris 48 uur in plaats van 54 uur wilde werken in het gelijk
gesteld. De rechtbank in Den Haag vindt dat ook de werkweek van brandweerlieden
maximaal 48 uur mag duren. De Haagse brandweer moet de brandweerman als goed
werkgever dus een rooster van 48 uur aanbieden. Dat rooster moet zodanig in
elkaar steken dat er een volledig salaris kan worden verdiend.
Het akkoord
In het akkoord is afgesproken dat alle roosters
van de korpsen zo snel mogelijk moeten worden aangepast en in ieder geval in
2007 in overeenstemming met de Arbeidstijdenrichtlijn zijn. Ook zijn de
vakbonden en de VNG overeengekomen dat vanaf 1 juni 2006 over de uren die
brandweerlieden meer dan 48 uur gewerkt hebben, er een nabetaling plaatsvindt.
De partijen hebben afgesproken nu geen verdere gerechtelijke procedures meer te
voeren.
Meer informatie
Lees
hier meer over het gesloten akkoord
Lees
hier het Jaeger-arrest
Lees
hier meer over de Richtlijn 93/104/EG
Lees
hier de uitspraak van het kantongerecht Rotterdam
Lees
hier de uitspraak van de Rechtbank Den Haag
Lees
hier meer over laatstgenoemde zaak op de website van de VNG
Bron: Staatscourant
Vraag van de week: Arbeidstijden en de opt-out regeling
In het kader van het akkoord dat de VNG op 7 maart met de vakbonden overeengekomen is moet de werkweek van brandweerlieden in 24-uursdienst wordt teruggebracht van 54 naar 48 uur met behoud van loon. Is het nog steeds mogelijk om een opt-out regeling met de werknemer te treffen, waarin de werknemer toestemt met een langere werkweek? Moet de werknemer die opt-out regeling bij zijn hoofdwerkgever invullen of bij zijn nevenwerkgever? De werknemer maakt meer arbeidsuren dan 48 t.a.v. zijn nevenwerkzaamheden. Bij zijn hoofdwerkgever maakt de werknemer 36 of 40 uur (formeel - feitelijk) volgens zijn arbeidscontract. Lees het antwoord hier.
Antwoord
Er is de laatste tijd veel discussie geweest over de opt-out regeling. Dit onderwerp was tijdens de Raad van ministers op 7 november 2006 over de herziening van de Arbeidstijdenrichtlijn, het grote twistpunt waarover de Europese ministers van Werkgelegenheid het niet eens konden worden.
Er bestaat ten aanzien van dit
punt grote verdeeldheid tussen de landen. Groot-Brittannië, gesteund door
Duitsland, Polen, Slovenië en de Baltische staten, is voorstander van het behoud
van de in 1993 geïntroduceerde opt-out regeling. Vijf andere lidstaten
Frankrijk, Spanje, Italië, Griekenland en Cyprus, zijn fel tegen het behoud van
deze regeling. Het hanteren van uiteenlopende werktijden in verschillende
lidstaten leidt volgens hen tot een vervalsing van de mededinging. Bovendien kan
niet van een werkelijke bescherming van werknemers gesproken worden omdat velen
van hen door hun werkgevers gedwongen worden om in te stemmen met een langere
werkweek. Ook een Fins compromis, waarin voorgesteld werd om de opt-out regeling
te schrappen, maar het maximum aantal uren per werkweek wel op te rekken tot 60
uur, werd afgewezen.
Een oplossing voor dit conflict lijkt, ook op langere termijn, niet in zicht.
Het is niet duidelijk hoe het wetgevingsproces verder zal verlopen. Tot op heden
is het echter nog steeds geoorloofd om gebruik te maken van de opt-out regeling.
Als het akkoord wordt goedgekeurd moeten de brandweerroosters op 48 uur komen, dus dan is de opt-out regeling niet meer nodig. Werkgevers kunnen die nog wel aanbieden, bijvoorbeeld voor werkzaamheden buiten het rooster (nevenwerkzaamheden).
De werknemer kan overigens zowel met zijn hoofd- als zijn nevenwerkgever een opt-out regeling overeenkomen, dit is afhankelijk van waar de werknemer aanwezigheidsdiensten draait.
Gaat het bijvoorbeeld om een beroepsbrandweerman (zijn hoofdfunctie) die aanwezigheidsdiensten draait, dan kan hij daarvoor een opt-out regeling invullen. Stel hij heeft daarnaast een nevenfunctie, waar hij normale dagen (zonder aanwezigheidsdiensten) draait, dan hoeft hij daarvoor geen opt-out regeling te ondertekenen.
Wanneer het gaat om een werknemer die lid in van de vrijwillige brandweer, dan kan hij voor wat betreft deze nevenfunctie een opt-out regeling ondertekenen; hij zal dat dan niet voor wat betreft zijn 'reguliere' werkzaamheden doen.

Het hangt dus van die dienstbetrekking af waar de aanwezigheidsdiensten gedraaid worden, onafhankelijk van het feit of het om een hoofd- of nevenfunctie gaat. Het zou dus theoretisch ook mogelijk kunnen zijn dat een werknemer twee opt-out regelingen ondertekent, wanneer hij zowel in zijn hoofd- als nevenfunctie aanwezigheidsdiensten draait.
Voor meer informatie verwijzen over de opt-out regeling verwijzen we u naar een ledenbrief http://www.vng.nl/smartsite.dws?id=56438 (met verschillende bijlagen) die de VNG over dit onderwerp heeft uitgegeven en waarin het onderwerp uitgebreid wordt besproken. Er moet overigens wel op gewezen worden dat deze brief verstuurd is ten tijde dat er nog geen akkoord tussen de VNG en de vakbonden gesloten was.
Provinciale en gemeentelijke steun bij bedenkingen rond Natura 2000
De minister van LNV heeft ontwerp-aanwijzingsbesluiten met de begrenzing en instandhoudingdoelen voor 111 Natura 2000-gebieden gepubliceerd. RECRON heeft op 19 februari een reactie op deze ontwerp-aanwijzingsbesluiten naar het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) gestuurd. In haar brief spreekt RECRON haar zorgen uit over de effecten van Natura 2000 op de recreatiesector. CDA Gelderland deelt deze zorgen volledig en kon bij de andere partijen ´statenbreed´ steun vinden. De partij diende tijdens de Statenvergadering op 28 februari een motie in, gericht op de opschorting van de aanwijzingsbesluiten tot het moment dat de beheersplannen beschikbaar zijn.

CDA Gelderland motiveert haar motie
als volgt: “Tijdens voorlichtingsavonden heeft het CDA gemerkt dat het voor
agrariërs, recreatieondernemers, verenigingen en dergelijke niet duidelijk is
wat de gevolgen van Natura 2000 zijn voor hun activiteiten. Deze gevolgen zijn
pas duidelijk als voor de betreffende gebieden beheersplannen zijn opgesteld.
Achteraf bijstellen van de besluiten voor de Natura 2000 als uit de
beheersplannen blijkt dat de gevolgen in onvoldoende mate haalbaar en betaalbaar
zijn, zal een bijzonder lastige zaak zijn.” Daarom wilde de partij het
College van Gedeputeerde Staten opdracht geven om “de Tweede Kamer indringend te
verzoeken de vaststelling van de aanwijzingsbesluiten voor de Natura
2000-gebieden op te schorten c.q. te laten opschorten tot het moment, dat de
beheersplannen beschikbaar zijn.” VVD, de ChristenUnie en de SGP waren
medeondertekenaar van deze motie. PvdA sloot zich erbij aan tijdens de stemming.
Dit betekent dat de motie bijna statenbreed is aangenomen. Er is zelfs nog een
uitbreiding op de oorspronkelijke wens geformuleerd: ook de minister van LNV zal
een dringend verzoek ontvangen om de aanwijzingsbesluiten op te schorten.
RECRON is blij met deze provinciale
steun, want de brancheorganisatie beschouwt de huidige aanwijzing Natura 2000
als ontijdig, onwerkbaar en onnodig.
- Ontijdig: omdat de aanwijzing de
recreatiesector voor minimaal drie jaar op slot zet; pas dan is bekend hoe de
recreatiesector zich in de 162 beheersplannen verhoudt tot de natuur en
landschapsdoelen.
- Onwerkbaar: omdat rijk, provincies
en gemeenten met wisselende rollen, bevoegdheden en onvolledige afwegingskaders
betrokken zijn bij de toetsing van bestaand recreatief gebruik en nieuwe
ontwikkelingsmogelijkheden.
- Onnodig: omdat de globale Europese
richtlijn wordt opgetuigd met een veelvoud aan aanvullende Nederlandse ambities
en vergunningsvereisten.
RECRON hoopt met het versturen van dit bericht ook andere provincies zo ver te krijgen soortgelijke moties in te dienen. Alle steun is welkom.
Ivo Gelsing, dossierhouder van RECRON, houdt de ontwikkelingen scherp in de gaten. “Nu is het wachten op steun vanuit de Tweede Kamer.”
Mocht u nog vragen hebben over dit onderwerp kunt u altijd contact opnemen met Ivo Gelsing (06 - 53 72 01 12)
Gemeenteraadsleden kritisch over regeerakkoord:
Veel raadsleden staan argwanend tegenover het voornemen van het kabinet Balkenende 4 om meer rijksoverheidstaken te decentraliseren. Op zich is decentralisatie geen slechte zaak, maar er moeten dan wel financiële middelen tegenover staan. Dit blijkt uit een enquête van gemeenteraad.nl onder 900 raadsleden. Het beleidsvoornemen van de nieuwe regering om gemeenten meer ruimte te geven in de lokale belastingtarieven ontmoet weinig enthousiasme onder de raadsleden. Ruim de helft van hen geeft aan weinig behoefte te hebben aan het heffen van meer belasting, onder de mom “onze burgers betalen al genoeg”, aldus de uitslag van de enquête.
De raadsleden zijn meer te spreken over de ruimte die gemeenten krijgen om zelf overlast in de openbare ruimte te beboeten. Ruim de helft van de lokale politici zou graag zien dat de gemeente boetes kan uitschrijven voor lichte verkeersovertredingen om hiermee bestuurlijke boetes kostendekkend te maken.
De plannen van het kabinet op het gebied van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting verdelen de Nederlandse gemeenteraadsleden. In het regeerakkoord is afgesproken dat plattelandsgemeenten meer mogelijkheden krijgen om te bouwen voor de eigen bevolking. Driekwart van de raadsleden uit plattelandsgemeenten zijn hier enthousiast over, tegenover 40% van de raadsleden uit centrumgemeenten. Ronduit positief zijn de raadsleden over het terugschroeven van de omvang van de raad. Driekwart is voor om het aantal raadsleden te verminderen.
Uitvoeringsinstellingen mogen niet meer naar de bekende weg vragen:
Mensen die zich inschrijven als werkzoekende of een uitkering aanvragen hoeven binnenkort nog maar één keer de daarvoor benodigde gegevens verstrekken. Dat staat in een wetsvoorstel die in februari naar de tweede kamer is gegaan. Als de klant bijvoorbeeld aan het Centrum voor Werk en Inkomen heeft gemeld wat voor opleiding hij heeft gehad en welke werkervaring hij heeft, hoeft hij die gegevens later niet meer te verstrekken aan het UWV of de gemeente.
Om ervoor te zorgen dat de instellingen niet meer naar de bekende weg hoeven te vragen is een zogenoemd digitaal klantdossier in het leven geroepen. Daarin worden van klanten gegevens geraadpleegd die te maken hebben met inkomen, werk en uitkeringen. Het digitale klantdossier wordt vanaf begin dit jaar in fases ingevoerd. Ongeveer halverwege 2007 zijn CWI, UWV, gemeenten de Sociale Verzekeringsbank verplicht de gegevens aan te leveren voor het dossier.

Het digitale klantdossier wordt vanaf begin dit jaar in fases ingevoerd. Ongeveer halverwege 2007 zijn CWI, UWV, gemeenten de Sociale Verzekeringsbank verplicht de gegevens aan te leveren voor het dossier. Het digitale klantdossier maakt het makkelijker voor de instellingen om hun diensten via Internet aan te bieden. Zo kan de klant vanuit huis een bijstandsuitkering of WW uitkering aanvragen. Het wordt daardoor niet makkelijker om een uitkering te krijgen, maar wel om een aanvraag in te dienen. Op zijn scherm krijgt de klant een inschrijfformulier waarop alle gegevens die al over hem bekend zijn, zijn ingevuld. Die hoeft hij alleen nog te controleren en zo nodig te verbeteren of aan te vullen. Vergeleken met nu gaat het aanvragen van een uitkering twee uur sneller.
Om nog klantvriendelijker te kunnen werken, mogen bepaalde groepen hun WW-uitkering ook bij UWV aanvragen in plaats van het CWI. Het gaat om mensen die een uitkering krijgen als aanvulling op een andere uitkering die al door het UWV wordt verstrekt. Het UWV beschikt dan immers al over alle benodigde gegevens van de klant.
Voor de invoering van het digitale klantdossier is eerder al 20.9 miljoen euro beschikbaar gesteld. Op den duur bespaart de overheid geld uit doordat de instellingen beter met elkaar samenwerken en klanten sneller geholpen worden. Naar schatting levert de eerste fase van het digitale klantdossier vanaf 2008 10 miljoen euro per jaar op. De invoering hiervan past bij het streven van de overheid. We wachten af of dit voorstel door de tweede kamer komt.
Gemeenteambtenaren bezorgd om bureaucratie en werkdruk:
Bijna de helft van de gemeenteambtenaren maakt zich druk om de toename van de werkdruk en bureaucratie. Net als andere Nederlanders maken ook de gemeenteambtenaren zich zorgen om hun pensioenleeftijd. 62.9% geeft aan dit een zorgpunt te vinden.
Dat blijkt uit een enquête die AbvaKabo en FNV heeft gehouden onder de gemeenteambtenaren. Uit het onderzoek blijkt ook dat 93% van de gemeenteambtenaren de looneis van 3% van de vakbond terecht vindt.
Van de responten is 59% voor een extra loonsverhoging voor hogere opgeleiden om ervoor te zorgen dat gemeenten voor deze groep een aantrekkelijke werkgever blijven. Tegelijkertijd vindt 70% dat de vloer onder de laagste inkomens met 450 euro verhoogd moet worden.
Aan het onderzoek namen bijna 4500 mensen deel van wie 53.8 % lid is van de bond. Opvallend is dat de mening van leden en niet-leden nauwelijks van elkaar verschilt. Wel is het aantal deelnemers uit hogere schalen oververtegenwoordigd. De enquête werd gehouden in de aanloop naar de inzet voor de nieuwe CAO gemeenten.
Meer wanbetalers door nieuw zorgstelsel:
Sinds de invoering van het nieuwe zorgstelsel per 1 januari 2006 zijn er meer mensen die de premie niet betalen. Volgens een onderzoek van de NOS hebben zo’n 300.000 mensen al een halfjaar geen premie betaald. Een derde van de wanbetalers heeft zelfs nog nooit een premie betaald voor de basisverzekering.

Volgens een woordvoerster van het ministerie van de VWS kloppen van de NOS niet. Tijdens de oude situatie hadden we ook wanbetalers. Schattingen daarvan liggen bij de 400.000. Het klopt dus niet dat er meer mensen zijn die hun premie niet betalen. Bovendien zijn de cijfers van 2006 nog niet bekend.
Een woordvoerster van Achmea bevestigd de trend, maar precieze cijfers van wanbetalers heeft hij niet. Hij schat het aantal cliënten dat de basispremie niet kan ophoesten tussen de 20.000 en 30.000. Hij zei wel dat Achmea al 70.000 cliënten heeft geroyeerd voor een aanvullende verzekering.
Dat het nieuwe zorgstelsel voor een groter aantal wanbetalers heeft gezorgd, is volgens de woordvoerder niet geheel onlogisch. Die mensen die voorheen een ziekenfondsverzekering hadden, hebben hun premie enorm zien stijgen. Het is een enorme lastenverzwaring voor hen en zo blijkt zeer lastig op te brengen.
Zorgverzekeraars Nederland herkent de verhalen niet en zegt dat wanbetaling niet nieuw is. Ook zou volgens de koepelorganisatie het aantal wanbetalers niet door het nieuwe zorgstelsel zijn gestegen. De verzekeraars hebben afgesproken dat zijn wanbetalers als het gaat om de basisverzekering tot 1 juli niet zullen royeren. Maar een afspraak voor daarna is nog niet gemaakt. Zorgverzekeraars Nederland hoopt zo snel mogelijk met de nieuwe minister Ab Klink van Volksgezondheid om de tafel te zitten.

Senaat wil af van benoemingen waterschap:
De Eerste Kamer is nog niet akkoord met de nieuwe Waterschapswet. Een meerderheid van de senatoren vindt dat alle bestuursleden van de waterschappen gekozen moeten worden.
De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat stelt in de nieuwe wet een hybride systeem voor: naast gekozen leden, moet het waterschap ook geborgde zetels tellen. Die zijn net als nu bestemd voor belangen groepen, zoals bijvoorbeeld agrariërs. Nieuw is dat natuurbeheerders een vaste plek in het bestuur krijgen. Op VVD, CU en SGP na hebben alle partijen in de eerste kamer hier grote moeite mee., zo bleek op 12 maart bij de behandeling van de nieuwe wet in de eerste kamer.
De staatssecretaris zei in een antwoord op de kritiek dat ze met de organisaties die recht hebben op geborgde zetels, de afspraak wil maken dat vacatures in een open procedure worden vervuld. Deze tegemoetkoming lijkt de eerste kamer echter niet ver genoeg gaan. Een senator wees de minster erop dat er bij de waterschappen in totaal meer geld omgaat dan bij negen provincies. Volgens hem is er sprake van een algemeen bestuur waarin de leden allemaal moeten worden gekozen door de burger. Op dit standpunt staat een meerderheid van PVDA, SP, GL D66, LPF en de Onafhankelijke Senaatsfractie. Op korte termijn wordt hierover doorgegaan in de eerste kamer.
Directe en actuele zaken kunt u ook volgen op onze website www.drentbelang.nl
Het is de moeite waard om hier per regelmaat even op te kijken. U mist dan zeker niet die zaken die ook voor uw gemeente belangrijk kunnen zijn.
Mochten er zaken spelen binnen uw gemeente die de moeite waard zijn dat uw collegae hiervan op de hoogte worden gesteld, stuur dit dan even door naar onze redactie. Wij zullen er voor zorgen dat een ieder dit ontvangt.