DRENTSE VERKLARING

 

 

 

 

Beginselverklaring voor een ONGEBONDEN DRENTHE, № 2007/1

 

 

Opgesteld in opdracht van het bestuur van Drents Belang door

De werkgroep: WJJ onderdeel van Drents Belang

 

 

 

 


DRENTSE VERKLARING:

__________________________________________________

 

DE BEVOLKING VAN DRENTHE TEN DIENSTE BEOGENDE TE ZIJN;

 

wij, de ongebonden lokale en regionale politieke partijen, die onze oorsprong vinden binnen Drenthe, dan wel in ieder geval als lokale of regionale politieke groepering met Drenthe zijn verbonden, en deze beginselverklaring onderschrijven, vertegenwoordigd door onze ondergetekende afgevaardigden;

 

doordrongen van het besef van de gezamenlijke verantwoordelijkheid die wij tegenover Drenthe en  de Drentse bevolking op ons genomen hebben door ons als lokaal of regionaal georiënteerde politieke partij voor de publieke zaak in te zetten;

 

verbonden in ons gemeenschappelijk streven het welbevinden van de Drentse bevolking en de burgers waaruit deze bestaat, dienstbaar te zijn;

 

in aanmerking nemende dat het wenselijk is, ter realisering van dit gemeenschappelijk streven, samenwerking te betrachten, en, hoewel wij thans vooralsnog slechts natuurlijke verbintenissen tegenover elkaar op ons nemen, daartoe hierbij deze eerste stap in het kader van Drenthe te zetten;

 

onderschrijven eensgezind, en maken aan een ieder bekend, deze

 

Beginselverklaring voor een ONGEBONDEN DRENTHE, № 2007/1.

 

1.                Onmiskenbaar en vanzelfsprekend is, dat alle democratische legitimiteit en al het openbaar gezag, uitgaat van en diens bron en rechtvaardiging vindt in de bevolking, die er de uiteindelijke drager van is.

 

2.                Het is derhalve hoogst wenselijk, dat alle uitoefening van gezag, hetzij formeel bevoegdelijk openbaar gezag, hetzij feitelijk gezag en feitelijke invloed, zo dicht mogelijk plaatsvindt bij deze democratische legitieme bron, en binnen het kader daarvan, en wel op een zo indirect mogelijke wijze, derhalve zo min mogelijk afgeleid daarvan, en met enkel in het oog de belangen van de bevolking, en de individuele burgers waaruit deze bestaat.

 

3.                Uitgegaan moet verder uit dien hoofde worden, gezien de legitimiteit die van de bevolking alleen uitgaat, van de rechtvaardigheid en de billijkheid van de bevolking in al diens oordelen, hoe hard deze ook mogen aankomen.

 

4.                Toch kan de uitkomst van de verkiezingen voor de Provinciale Staten van Drenthe op zeven maart tweeduizend zeven, die erin geresulteerd heeft dat er geen enkele kandidaat van een regionaal georiënteerde partij tot vertegenwoordiging van de bevolking in de Staten is gekozen, doch enkel kandidaten van partijen die hun basis vinden in de nationale politiek, als nogal teleurstellend worden gezien, en is het de vraag of dit uiteindelijk recht zal blijken te hebben gedaan aan de belangen van de Drentse bevolking.

 

5.                Geconstateerd kan evenwel worden dat uit de uitslagen van de verkiezingen voor de Provinciale Staten van Drenthe, ondanks de uiteindelijke zetelverdeling waar deze toe geleid hebben, gebleken is dat er binnen de bevolking een niet onaanmerkelijk draagvlak bestaat voor een provinciale politiek die, voor een aanmerkelijk deel, vormgegeven wordt door volksvertegenwoordigende partijen die kun oorsprong vinden binnen Drenthe, althans als regionale partij verbonden zijn met Drenthe.

 

6.                Als voorname oorzaak van de verkiezingsuitslagen kan beschouwd worden de aanmerkelijke terugname van het aantal zetels in de Provinciale Staten, bij wet doorgevoerd op aandrang en ten faveure van de invloedrijke landelijke partijen en dus niet in het belang van de bevolking van de provincies; waardoor de kiesdeler werd verhoogd, met schijnbaar het vooropgezette doel dat zulks ten nadele van minder grote, regionale, partijen zou strekken; van welke ontwikkeling de invloed kan zijn versterkt doordat burgers in het algemeen terughoudend zullen zijn in het uitbrengen van een stem op een partij die weinig kansrijk lijkt te zijn.

 

7.                Deze verkleining van de Provinciale Staten kan worden gezien binnen een bredere verontrustende ontwikkeling om, ten behoeve van de machtsstructuren die de nationale overheid beheersen en de machtsstructuren die pretenderen deze nog weer te overheersen, weinig oog hebbend voor de belangen en natuurlijke rechten van de bevolking, de decentrale democratische rechtsgemeenschappen, en de democratie in het algemeen, aan te tasten; waarbij te denken valt aan gemeentelijke en waterschappelijke schaalvergrotende herindelingen; gemarchandeer met het natuurlijk ontwikkelde stelsel van decentrale indeling in Nederland en neigingen daartoe; en plannen de zetels in de gemeenteraden en waterschapsbesturen te verminderen en zelfs bij die laatsten zetelbezetting door, door private organisaties, benoemde functionarissen voor te schrijven.

 

8.                Evenwel moet ook ruiterlijk onderkend worden, dat de verdeeldheid, bestaande tussen de regionaal georiënteerde partijen, zich uitende in een voor de bevolking mogelijk verwarrende hoeveelheid aan deelnemende partijen die bovendien uiting gaven aan recente alsmede oude twist met elkaar; mede debet kan zijn geweest aan de zetelverdeling in de Staten zoals die in tweeduizend zeven tot stand is gekomen; refererende aan de adagia “eendracht maakt macht” tegenover “verdeel en heers”.

 

9.                 Dit alles terwijl Drenthe en de bevolking daarvan, evenwel binnen Nederland en de Nederlandse bevolking, een natuurlijk ontwikkelde, historische en culturele, eenheid vormen; diep geworteld in het land en de mensen; die het verdient, en er eenvoudigweg een natuurlijk recht op heeft, dat diens publieke zaken worden behartigd binnen het kader van een politiek en een openbaar bestuur dat is afgestemd op diens specifieke eigenheden, tradities, noden en behoeften, en dat is gericht op de aangelegenheden die specifiek voor Drenthe en diens bevolking relevant zijn.

 

10.           In dit licht gezien is het maar zeer de vraag, hierbij overigens ontkennend beantwoord mede gezien het vorengenoemde uitgangspunt dat politiek en openbaar bestuur zo dicht mogelijk bij de bevolking dienen te staan, of het wenselijk is, overigens niet miskennende dat de meeste vertegenwoordigers van landelijk georiënteerde partijen persoonlijk te goeder trouw zullen zijn en zich naar eer en geweten naar hun beste kunnen en inzicht van hun taak zullen kwijten, dat de publieke zaak in Drenthe overwegend, en thans, op provinciaal niveau, uitsluitend, wordt gediend door hen die, zij het niet rechtstatelijk dan toch feitelijk, onderworpen zijn aan de invloed van boven hen staande partijgeledingen en partijbureaucratieën, daaraan ook veelal feitelijk hun posities te danken hebben; en in het kader van het interne moreel binnen hun partij, dan wel in hun eigen belang wegens hun afhankelijkheid, ertoe feitelijk gehouden zijn de belangen van die partijgeledingen en partijbureaucratieën, en de door dezen eveneens beheerste overheden, in het oog te houden bij het behartigen van de in Drenthe relevante publieke zaken en bij het uitoefenen van hun volksvertegenwoordigende en kaderstellende taken en taken ter controle van het openbaar bestuur.

 

11.           Het is kortom wenselijk; dat over typisch lokale en regionale aangelegenheden niet wordt beslist onder overwegende invloed van machtsstructuren die buiten deze lokale en regionale kaders liggen en die in grote afstand tot de regionale en lokale bevolking en burgers staan; doch juist dat de lokale of regionale democratie in overwegende mate wordt vormgegeven door hen die specifiek gericht zijn op de betreffende lokale dan wel regionale eenheden en niet klemmend verbonden zijn aan verbanden die eveneens optreden op andere niveau’s dan wel binnen andere eenheden van hetzelfde niveau, behoudens het eventuele geval dat er onder bijzondere omstandigheden redenen mochten bestaan om een zekere lotsverbondenheid tussen eenheden aan te nemen en tot zekere hoogte daarnaar te handelen.

 

12.           Deswege kan als ideaalbeeld geschetst worden de situatie dat, ter vervolmaking van het beginsel dat Nederland een eenheidsstaat is maar dan toch wel een gedecentraliseerde eenheidsstaat, op landelijk niveau uitsluitend de landelijk georiënteerde partijen optreden; op provinciaal niveau de provinciaal georiënteerde partijen; op gemeentelijk niveau de gemeentelijk georiënteerde partijen; enzovoort; welke niveaugeoriënteerde partijen binnen hun eigen niveau en eenheid, vrij van andere niveaus en eenheden, in pluriformiteit optreden, doch evenwel niet schatplichtig zijn aan politieke stromingen die enkel op een ander niveau hun relevantie kunnen doen gelden, en niet zijn gebonden aan partijen die op een ander niveau optreden, of klemmend bindende verbanden daarvan; een en ander overigens met de onderkenning van het belang van de eenheid binnen Nederland, hetgeen niet afdoet aan het belang van de versterking van de decentrale democratieën, die zoveel mogelijk van de bevolking zelf uit horen te gaan in plaats van uit de grote en allesdoordringende partijstructuren.

 

13.           Nu echter in de huidige situatie de verwezenlijking van dit ideaalbeeld, hoewel hoognodig te achten, niet tot de feitelijke mogelijkheden blijkt te behoren, is het, in deze voor de regionaal en lokaal georiënteerde partijen donkere uren en de voor dezen donkere jaren die zullen volgen, noodzakelijk, de twisten en misverstanden uit het heden en het verleden te laten rusten en definitief achter te laten, de verschillen te overbruggen, en de handen ineen te slaan, opdat nooit weer gebeurt wat in maart tweeduizend zeven is gebeurt, om het hoofd te bieden aan de buiten de bevolking omgaande invloeden van de grote partijbureaucratieën en andere machtsstructuren, en te werken aan de verwezenlijking van een politiek en een openbaar bestuur die waarlijk ten behoeve van Drenthe en de Drentse bevolking de publieke zaak dienen.

 

14.           Om deze vorengenoemde en de nader genoemde redenen, hebben de lokaal en regionaal georiënteerde Drentse partijen die zich daartoe geroepen voelden en voelen, toenadering tot elkaar gezocht, en zijn zij, na voorafgaande oriënterende contacten, op basis van gelijkwaardigheid, bijeengekomen in een congres, teneinde, zo geschied is, kwesties uit het verleden te bespreken en af te sluiten, de statenverkiezingen van tweeduizend zeven gezamenlijk te evalueren, te spreken over voorbije, huidige, en te verwachten toekomstige ontwikkelingen, en hun positie of mogelijke positie hierin, en over de mogelijkheden nader tot elkaar te komen in hun gemeenschappelijk streven de bevolking en de burgers ten dienste te zijn, welk streven door diverse oorzaken tot dusver niet volledig tot zijn recht heeft kunnen komen; tot besluit van welk congres deze eerste Beginselverklaring voor een Ongebonden Drenthe is uitgebracht, met de aanmerking dat ten congres of daarbuiten gemaakte nadere afspraken, en politieke ideaalbeelden waarover nadere consensus is gebleken en vastgesteld, geacht worden onder de werking van deze Beginselverklaring te vallen.

 

15.           In het recente en in het verder wegliggende verleden hebben zich, zo onderkend moet worden, betreurenswaardige misverstanden en andere onverkwikkelijkheden voorgedaan tussen en binnen de lokale en regionale politieke partijen en hun verbanden, maar nu wordt, deze kwesties uitgepraat hebbende, zonder hier nog langer bij stil te staan, vastgesteld dat deze definitief tot het verleden behoren, dat er meer zaken zijn die de partijen verbinden dan zaken die hen verdelen, en dat er gezamenlijk en in eendracht aan een toekomst binnen de decentrale democratieën gewerkt dient te worden, aangezien deze partijen alleen elkaar ter ondersteuning hebben.

 

16.           Verschillen tussen de diverse politieke denkbeelden, inherent aan een pluriform verband als dat van de regionale en lokale partijen, hoeven geen beletsel te zijn, en kunnen in goed overleg en in onderling respect ter sprake gebracht worden en zo nodig als gegeven worden aangenomen, ten behoeve van het gemeenschappelijke streven; in aanmerking genomen dat er wel enige kerngedachten zijn die de partijen gemeenschappelijk delen.

 

17.           Zo is er het door partijen gemeenschappelijk benadrukte absolute beginsel dat, nu van de bevolking de legitimatie van alle overheidsgezag uitgaat, de overheid er is voor de bevolking en de burgers waaruit deze bestaat, en niet andersom; en dat dit altijd in het oog gehouden dient te worden bij het behartigen van de publieke zaak.

 

18.           Benadrukt wordt voorts dat alle overheden en hun dienaren, in al hun handelen, rechtmatigheid, deugdzaamheid, integriteit en behoorlijkheid in acht hebben te nemen; in respect voor het democratisch proces en de democratische controle waaronder zij zich allen hebben te voegen.

 

19.           Uitgegaan dient te worden van de vrijheid van de bevolking en de burgers; en dat beperkingen op vrijheden enkel geoorloofd zijn om andere vrijheden, in brede zin, te waarborgen; op een wijze die alle vrijheden zoveel mogelijk in stand laat en die niet meer last teweegbrengt dan noodzakelijk is.

 

20.           Het is van cruciaal belang het democratisch gehalte van de provinciale en de overige decentrale rechtsgemeenschappen, onverkort in stand te houden en, daar waar zich mogelijkheden tot verbetering voortdoen, te versterken; en dit beginsel krachtig uit te dragen richting andere overheden.

 

21.           Ten aanzien van Drenthe zij opgemerkt, dat de agrarische waarden en tradities hier diep zijn geworteld, en dat deze agrarische aard behoort te worden gekoesterd, en dat natuurlijke waarden, die ook van belang zijn, alsmede andere waarden, hiermee niet in strijd hoeven te komen, doch dat deze waarden elkaar juist kunnen versterken.

 

22.           Onderkend wordt het grote belang en de waarde van cultuur, bijzonderlijk, doch niet noodzakelijkerwijs uitsluitend, de regionale en lokale uitingen hiervan; hetgeen allemaal kan worden bezien binnen het bredere kader van het belang van voorzieningen ten behoeve van de bevolking, ter versterking van cultuur en kennis en de gemeenschapszin; en het voeren van goed sociaal beleid; afgestemd op de behoeften van de bevolking, waarbij het cruciaal is met alle generaties, jong en oud, terdege rekening te houden.

 

23.           De natuurlijke lotsverbondenheid tussen Drenthe en de omliggende Nederlandse provincies, bijzonderlijk, doch niet noodzakelijkerwijs uitsluitend, de Noordelijke, geldt als onmiskenbaar; en onderkend wordt dat samenwerking van vitaal belang is ten behoeve van de gemeenschappelijke belangen, om eendrachtig die belangen van deze gebieden tegenover daarbuiten gelegen machtscentra te behartigen; evenwel zij tegelijkertijd beklemtoond, dat Drenthe, als de andere provincies en overige decentrale rechtsgemeenschappen, een natuurlijk ontwikkelde eenheid is, met een groots verleden en een grootsere toekomst, en als zodanig, met een passende, historisch gerechtvaardigde en door de bevolking gewenste, bestuurlijke zelfstandigheid waaraan niet getornd hoort te worden, dient te blijven bestaan.

 

24.           Evident is, dat, anders dan nu in het algemeen geschiedt, de natuurlijke hulpbronnen die Drenthe rijk is, zoals geldt voor alle natuurlijke hulpbronnen ten aanzien van de gebieden waaruit zij voortkomen en de bevolking van die gebieden, in overwegende mate ten gunste dienen te komen van Drenthe en diens bevolking; zulks evenwel met gepast beleid, opdat zorgvuldig de beste toepassing van middelen kan worden vastgesteld en deze niet nodeloos verkwist worden aan zaken die niet waarlijk ten voordele van Drenthe en diens bevolking strekken of dezen zelfs benadelen.

 

25.           De lokaal en regionaal georiënteerde partijen, hierna de ongebonden partijen genoemd, spreken uit, en herbevestigen daarmee, hun onderlinge eensgezindheid, lotsverbondenheid en solidariteit, en zullen, in het kader van Drenthe, ten behoeve van geschetste ideaalbeelden, vanaf heden samenwerken, en in ieder geval elkaar niet tegenwerken; een en ander ten bate van een Ongebonden Drenthe.

 

26.           Beschouwd als ongebonden worden die partijen, die zich richten op de regionale en lokale politiek, en niet juridisch noch feitelijk gebonden zijn aan landelijk georiënteerde of anderszins breder opererende partijen; daarvan geen politiekinhoudelijke instructies of directieven dulden; daardoor hun interne orde niet laten bepalen; daargelaten samenwerkingsverbanden die de ongebondenheid respecteren en die slechts strekken tot het bieden van praktische faciliteiten of vrijblijvende adviezen en modellen, ter versterking van het lokaal en regionaal georiënteerde gehalte van de politiek in decentrale eenheden, eventueel met globale normen voor goede huishouding opdat de verstrekte faciliteiten ten goede nutte kunnen worden gebracht.

 

27.           De vorm die de vorengenoemde samenwerking van ongebonden partijen kan krijgen, zal nader worden besproken, in goed overleg, en in respect naar elkaar toe, uitgaande van de gelijkwaardigheid van alle partijen.

 

28.           Voor de eventuele juridische rechtsvormen waarin deze samenwerking gegoten zal worden, zal gekeken worden naar wat, gezien de feitelijke omstandigheden, uit praktisch oogpunt, waarbij aan aspecten van eenvoud, administratieve lasten en financiën en andere feitelijkheden gedacht kan worden, het meest voordelig is voor de gemeenschappelijke partijen; hetgeen onderlet laat dat op de werkelijke achtergrond altijd in ogenschouw wordt genomen en wordt benadrukt dat alle partijen op basis van gelijkwaardigheid in enig samenwerkingsverband, ongeacht de vorm, participeren.

 

29.           Ook indien samenwerking er eventueel toe zou leiden dat bepaalde thans bestaande partijen, ongeacht in welke vorm, in andere zouden opgaan, of anderszins als bestaande entiteit of in hun huidige vorm zouden ophouden te bestaan, zal het respect en de hoogachting naar hen en hun idealen blijven uitgaan, doordien zij alsdan de moed hebben betoond hun specifieke belangen terzijde te schuiven voor een hoger doel, en zullen zij bovendien in herinnering blijven als de blijvende dragende krachten en elementen van de zich ontwikkelende samenwerking van de ongebondenen ten behoeve van een krachtige lokale en regionale democratie.

 

30.           Onderkend wordt, dat in beginsel, in eerste instantie uitgegaan wordt van de zaken, bijzonderlijk de publieke zaak, en pas daarna van de personen en persoonlijke dan wel specifieke belangen; en dat persoonlijke belangen, hoewel daar respectvol mee omgegaan dient te worden, in principe niet af kunnen doen aan het hogere gemeenschappelijke doel van een vitale democratie met een overwegende rol van ongebondenen daarin; en dat derhalve aan diegenen die de belangeloze moed betonen ten behoeve van dit hogere doel hun specifieke belangen terzijde te schuiven, een stap terug te doen en zonodig, op het moment dat dit gepast is, de spreekwoordelijke fakkel door te geven aan degenen die een en ander willen en kunnen voortzetten en nader vormgeven, de hoogste achting toekomt.

 

31.           Zulks kan er evenwel niet aan afdoen dat het zeer van belang is zorg te dragen voor een gedegen en evenwichtige personele invulling ten behoeve van het verband of de verbanden waarin de samenwerking van de ongebondenen vorm zal krijgen.

 

32.           De vorengenoemde samenwerking van ongebonden partijen zou onder andere, op provinciaal niveau, in het kader van de ongebonden provinciale partijen, vorm kunnen krijgen door goede coördinatie ter facilitering, gezamenlijke campagnes, lijstverbindingen, eventuele gezamenlijke kieslijsten, of verdergaande vormen, een en ander vooralsnog vrijblijvend in goed nader overleg te bepalen tussen deze provinciale partijen, mogelijk eveneens met consultering van andere ongebonden partijen.

 

33.           Op gemeentelijk niveau zou deze samenwerking van ongebonden partijen onder andere, in het kader van de ongebonden gemeentelijke partijen per gemeente, eveneens vorm kunnen krijgen door goede coördinatie ter facilitering, gezamenlijke campagnes, lijstverbindingen, eventuele gezamenlijke kieslijsten, of verdergaande vormen, een en ander vooralsnog vrijblijvend in goed nader overleg te bepalen tussen deze gemeentelijke partijen per gemeente, mogelijk eveneens met consultering van andere ongebonden partijen; hetgeen allemaal van overeenkomstige toepassing is binnen eventuele andere decentrale rechtsgemeenschappen.

 

34.           De faciliteiten, geboden in het kader van bestaande, bredere, samenwerkingsverbanden, die reeds hun goede nut hebben getoond doch de gebeurtenissen die in maart tweeduizend zeven tot droeve culminatie zijn gekomen niet hebben kunnen afwenden, kunnen ten behoeve van vorengenoemde doelen en idealen optimaal worden aangewend; voorzover dit niet afdoet aan de morele en feitelijke, met name politiekinhoudelijke, politieke ongebondenheid van provinciaal en lokaal georiënteerde partijen.

 

35.           Met respect voor de, met name politiekinhoudelijke, ongebondenheid van partijen, en voor de interne orde binnen partijen, daargelaten eventuele globale richtsnoeren voor goede huishouding, en vrijblijvende adviezen; kunnen samenwerkingsverbanden ter praktische facilitering worden ontwikkeld of versterkt tussen de ongebonden provinciale partijen, tussen de ongebonden lokale partijen, tussen de ongebonden provinciale partijen en de ongebonden lokale partijen; en binnen andere verbanden tussen ongebonden partijen; ter versterking van het lokaal en regionaal georiënteerde gehalte van de politiek in decentrale eenheden, met name in Drenthe en de eenheden daarvan; een en ander in nader, vooralsnog vrijblijvend, overleg te bepalen.

 

36.           Geen samenwerkingsverband, behoudens eventuele weloverwogen en interndemocratisch totstandgekomen samensmeltingen van partijen van hetzelfde niveau binnen dezelfde decentrale eenheid, kan afdoen aan het ongebonden karakter van de betrokken lokale en regionale partijen; welk ongebonden karakter steeds gerespecteerd en bewaakt behoort te worden.

 

37.           De samenwerkingsverbanden van de ongebonden Drentse politieke partijen die hierbij worden geďnitieerd, staan, voor welke deze passend zijn, open voor alle Drentse althans met Drenthe en diens gebieden verbonden partijen, die als ongebonden kunnen worden beschouwd, inclusief die partijen die er voortvarend aan werken dit streefpunt van ongebondenheid te bereiken, en die deze Beginselverklaring, en hetgeen eventueel in overleg nader is vastgesteld, onderschrijven, daargelaten eventuele in goed overleg geaccepteerde voorbehouden; en derhalve door de overige ongebonden partijen, op basis van gelijkwaardigheid, in hun midden worden opgenomen.

 

38.           Het streven van de ongebonden Drentse politieke partijen is om de partijen die in dit licht evenzeer als ongebonden kunnen worden beschouwd, actief te benaderen, teneinde te betrachten hen te overtuigen van de noodzaak dat de ongebondenen, ten behoeve van de Drentse bevolking en omwille van een vitale decentrale democratie, hun handen ineen slaan en tezamen optrekken voor hun gemeenschappelijke idealen; en derhalve hen actief ertoe uit te nodigen aan de gepaste samenwerkingsverbanden, op basis van gelijkwaardigheid en respect voor de ongebondenheid, deel te nemen; met het oogmerk te betrachten om, op vanzelfsprekende basis van vrijwilligheid, nieuwe versplintering, in goede orde tegen te gaan.

 

39.           Met sympathie zullen de ongebonden partijen van Drenthe kennisnemen van soortgelijke initiatieven van ongebonden regionale en lokale partijen in de omliggende provincies en elders in den lande, en hieraan hun morele steun verlenen; en in goed overleg nagaan hoe een en ander meerwaarden voor de diverse ongebonden partijen over en weer kan genereren, bijvoorbeeld in de vorm van praktische steun; in onderkenning van de ongebondenheid.

 

40.           Als streefpunt zij vastgesteld, op de weg om te komen tot realisering van geuite ideaalbeelden, dat reeds bij de eerstvolgende gemeentelijke verkiezingen de lokale ongebonden partijen op een krachtige wijze zullen opkomen en een centrale rol zullen vervullen binnen de gemeentelijke democratieën; en voorts, dat reeds bij de eerstvolgende statenverkiezingen de regionale ongebonden partijen, of eventueel een tot eenheid gesmede regionale ongebonden partij, op krachtige wijze zullen, of zal, opkomen en een centrale, althans aanmerkelijke, rol zullen, of zal, vervullen binnen de provinciale democratie; dat een en ander zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing is ten aanzien van eventuele andere decentrale eenheden; en opdat het niet bij schone woorden alleen blijft, wordt tot verwezenlijking van dit streefpunt hierbij een tijdspad vastgesteld.

 

41.           De ongebonden partijen zijn uit dien hoofde voornemens, regelmatig, in een nader congres, of binnen een ander verband, bijeen te komen of anderszins overleg te voeren; in ieder geval eenmaal per jaar; of, beter nog, eenmaal per halfjaar; of in ieder geval zo vaak als in goed onderling overleg van nutte geoordeeld wordt.

 

42.           Dit jaar, tweeduizend zeven, zal, naar de intentie is, deswege in ieder geval worden aangewend om nadere oriëntering toe te passen teneinde verdere samenwerking tussen de ongebonden partijen te beproeven. Voornemens is dit te houden in de maand november 2007. verzoeken om een projectsubsidie zijn reeds verzonden aan de OSF.

 

43.           In ieder geval volgend jaar, tweeduizend acht, zal, naar de intentie is, terwijl in ieder geval streefpunt is zulk in de eerste helft van dat jaar te bereiken, en zo mogelijk in de aanloop daar naartoe, door de lokale ongebonden partijen binnen hun respectievelijke gemeentelijke eenheden, beproefd worden of er een basis voor lokale samenwerking is, en in welke vorm deze tot uiting zou kunnen komen; en er zal tussen de lokale en regionale ongebonden partijen in Drenthe, eventueel met consultering van andere ongebonden partijen en bestaande verbanden, worden beproefd of er nadere kaders te ontwikkelen zijn waarbinnen, verdere, facilitering aan lokale ongebonden partijen plaats kan vinden.

 

44.           Naar de intentie is, zal dan in ieder geval in het jaar tweeduizend negen, terwijl in ieder geval streefpunt is zulk in de eerste helft van dat jaar te bereiken, en zo mogelijk in de aanloop daar naartoe, met het oog op de gemeentelijke verkiezingen in tweeduizend tien, eraan gewerkt worden deze gemeentelijke samenwerking, en deze facilitering, nadere en concretere vorm te geven, en de vormen waarin deze plaats zal vinden vast te stellen, en eraan te werken deze uit te bouwen, en, ter gezamenlijke voorbereiding van deze verkiezingen, te versterken tot in het jaar tweeduizend tien; waarna, in ieder geval in het jaar tweeduizend elf, een gezamenlijke evaluatie op zowel gemeentelijk als provinciaal niveau plaats zal vinden, en, ten behoeve van de versterking van de lokale democratie en het ongebonden karakter ervan, zal worden nagedacht over de daarna volgende ontwikkelingen en de te ontwikkelen passende handelswijzen inzake samenwerking en facilitering, en overige aangelegenheden die van belang geoordeeld worden.

 

45.           Bovendien zal, naar de intentie is, in ieder geval in het jaar tweeduizend negen, terwijl in ieder geval streefpunt is zulk in de eerste helft van dat jaar te bereiken, en zo mogelijk in de aanloop daar naartoe, door de regionale ongebonden partijen binnen Drenthe, beproefd worden of er een basis voor regionale samenwerking is, en in welke vorm deze tot uiting zou kunnen komen; waarbij ook de lokale ongebonden partijen, gezien het belang van regionale ongebonden partijen ter facilitering van lokale ongebonden partijen, ter consultering betrokken zullen worden; eventueel met consultering van andere ongebonden partijen en bestaande verbanden.

 

46.           Naar voorts de intentie is, zal dan in ieder geval in het jaar tweeduizend tien, terwijl in ieder geval streefpunt is zulk in de eerste helft van dat jaar te bereiken, en zo mogelijk in de aanloop daar naartoe, met het oog op de provinciale verkiezingen in tweeduizend elf, eraan gewerkt worden deze provinciale samenwerking, en de facilitering van elkaar, nadere en concretere vorm te geven, en de vormen waarin deze plaats zal vinden vast te stellen, en eraan te werken deze uit te bouwen, en, ter gezamenlijke voorbereiding van deze verkiezingen, te versterken tot in het jaar tweeduizend elf; waarna, in ieder geval in het jaar tweeduizend twaalf, een gezamenlijke evaluatie op provinciaal niveau plaats zal vinden, en zal worden nagedacht over de daarna volgende ontwikkelingen en de te ontwikkelen passende handelswijzen inzake samenwerking en facilitering, en overige aangelegenheden die van belang geoordeeld worden; waarbij eveneens de lokale ongebonden partijen, gezien het belang van regionale ongebonden partijen ter facilitering van lokale ongebonden partijen, ter consultering betrokken zullen worden; eventueel met consultering van andere ongebonden partijen en bestaande verbanden; ten behoeve van de versterking van de regionale democratie en het ongebonden karakter ervan.

 

47.           Eventueel kan, mede afhankelijk van de vorm die deze zullen krijgen, voorts worden nagedacht over mogelijke oriëntatie op, facilitering voor, samenwerking betreffende, en voorbereiding en evaluatie van de waterschapsverkiezingen die vermoedelijk in of rondom het jaar tweeduizend negen zullen worden gehouden; en over zulke aangelegenheden met betrekking tot eventuele andere decentrale eenheden.

 

48.           Ter coördinatie van een en ander betreffende het vorengenoemde en omschreven tijdpad, zoals het initiëren van nadere bijeenkomsten, zij opgemerkt dat daarover in goed overleg nadere praktische afspraken zullen worden gemaakt; evenwel met de aanmerking dat het uit praktisch oogpunt toekennen van eventuele coördinerende taken nog geenszins een verdergaande autoriteit impliceert totdat dit nader mocht zijn vastgesteld; en dat in ieder geval na afloop van de eerste helft van enig jaar waarin iets uit hoofde van dit tijdspad zou behoren te gebeuren, doch ook eerder wel, iedere ongebonden partij die zich daartoe geroepen voelt, de taak op zich kan nemen om, binnen het regionale of lokale kader dat het aangaat, in goed overleg, een en ander te initiëren.

 

49.           Voorts is van groot belang het uitgangspunt, dat een bestaande of nader ontwikkelde situatie inzake de samenwerking van de ongebondenen, niet aan achteruitgang en verslechtering onderhevig hoort te zijn; doch enkel zal worden vooruit gestuwd; en dat het van het hoogste belang is; eventueel ontstane verschillen van mening, in goed overleg en op minnelijke wijze tot een oplossing te brengen; zo nodig door het daartoe beleggen van een bijeenkomst; opdat dit jaar tweeduizend zeven nooit vergeten worde.

 

50.           Bij alle handelingen van de ongebonden partijen van Drenthe zullen deze primair de belangen van Drentse bevolking, die de uiteindelijke bestaansreden van deze partijen vormt, in het oog houden, en dienen.

 

Aldus in overeenstemming vastgesteld.

 

Bewust van onze verantwoordelijkheid tegenover de Drentse bevolking en tegenover elkaar; verklaren wij aldus; hetgeen wij, middels ondertekening, in de volgorde welke door het lot is bepaald als uiting van de gelijkwaardigheid, hierbij bekrachtigen;

 

naast de ongebonden Drentse politieke partijen die nader, in navolging van ondergetekenden, zullen verklaren deze Beginselverklaring te onderschrijven;

 

was getekend, met het oog uitsluitend gericht op de bevolking van Drenthe,

 

de navolgende, regionale en lokale, ongebonden Drentse politieke partijen,

 

in congres bijeen; te …………………………; op …………………………;

 

Namens …………………………: ………………………… ; …………………………

 

Namens …………………………: ………………………… ; …………………………

 

Namens …………………………: ………………………… ; …………………………