Moeten we dat willen?

De (on)wenselijkheid van het institutionele deel van de EU-Grondwet

Vries

2008

Werkgroep

De jonge juristen

Drents Belang

 
 

“DOSSIER”: EUROPESE UNIE EN EU-GRONDWET

 

oftewel: hoe blijven wij een vrij volk?

 

 

TER INTRODUCTIE

 

In 2005 is door de Nederlandse bevolking het Europees Grondwettelijk Verdrag (EU-Grondwet) met een vrij duidelijke meerderheid verworpen.

 

Nu, in de loop van 2008, wordt duidelijk dat er door de EU en de regeringen van bepaalde lidstaten wordt getracht alsnog zo’n EU-Grondwet van de grond te krijgen, het liefst zonder referendum. Op 21 september 2007 gaf de Nederlandse regering nota bene aan dat deze van plan is een eventueel referenduminitiatief vanuit de Kamers tegen te houden!

 

Aangezien de EU steeds verder doordringt in het dagelijks leven van een ieder, en dus ook voor de lokale en regionale politiek zeer bepalend is, mede gezien alle regelgeving die vanuit de EU op ons afkomt, hebben wij, Leefbaar Tynaarlo/EVZ-2000, een internetdossier met verzamelde achtergrondinformatie en opiniestukken - veelal met een kritische noot - aangelegd. Het loopt in omgekeerde chronologische volgorde (het recentste bovenaan).

 

►►► Laat van u horen over Europa en de EU-Grondwet! (Hoe ook genoemd.)

 

Bijvoorbeeld door de <OPINIEWIJZER> (een soort enquête) voor de Tweede Kamer in te vullen, of door een <PETITIE> te ondersteunen die voor een referendum pleit (zie nu ook een <andere petitie>). Graag zouden wij u allen hiertoe op willen roepen.

 

 

 

 

25 SEPTEMBER 2007: PVDA-FRACTIE IN TWEEDE KAMER BEZWIJKT VOOR DRUK TEGENSTANDERS REFERENDUM

 

Vandaag, 25 september 2007, werd bekend dat de PvdA-Tweede-Kamerfractie is bezweken voor de druk van degenen die het op te stellen nieuwe EU-verdrag zonder referendum door de Kamers willen knallen. Een referendum zou nu opeens, zogezegd, niet nodig zijn. Kortom: een beetje windowdressing is wel leuk, maar het volk moet natuurlijk niet echt invloed krijgen. Het wordt tijd dat wij met ons allen - in alle democratische en rechtstatelijke goede orde - opstaan tegen deze voortdurende blijken van minachting van degenen die pretenderen ons te vertegenwoordigen. De zaak is nog lang niet verloren. Tot het nieuwe EU-verdrag in de Kamers in stemming komt, blijft het mogelijk de parlementariërs en bewindslieden te beïnvloeden en hen op het rechte pad terug te brengen. Wij roepen een ieder op hiertoe alle democratisch-legitieme middelen aan te wenden. Leve de democratie! Leve de vrijheid! Leve het volk!

 

 

25 SEPTEMBER 2007: REACTIE NAAR AANLEIDING VAN DE COLUMN VAN DE HEER J. VAN SCHAIK IN HET DAGBLAD VAN HET NOORDEN VAN 25 SEPTEMBER 2007

 

REFERENDUM

 

In zijn column van 25 september spreekt de heer Van Schaik de hoop uit dat er geen referendum komt over een nieuw EU-verdrag. Even kort door de bocht kwam het betoog er op neer dat de simpele burgers te weinig verstand van zaken hebben om zelf de kwestie te beoordelen, en dat het maar goed is dat er een politieke elite bestaat die het domme volk, met diens “oerconservatief brallende fox populi”, tegen zichzelf in bescherming neemt. Eens in de vier jaar mogen de burgers dus even stemmen, daar zijn ze nog wel goed genoeg voor, en daarmee uit. Het is opmerkelijk dat de tegenstanders van een referendum in hun argumentatie vaak blijven steken bij een blijk van onderschatting van ons aller geestelijke vermogens. De PvdA-Tweede-Kamerfractie blijkt er, tegen diens eerdere beloften in, hetzelfde over te denken, en gaat niet voor een referendum. Weten we ook weer wat we daaraan hebben. Toch is de zaak nog niet bekeken. Totdat het nieuwe verdrag in stemming komt, blijft het mogelijk de “volksvertegenwoordigers” te beïnvloeden. Men kan bijvoorbeeld petities ondersteunen, zoals op <www.wijwillenreferendum.nl>; <www.X09.eu>; of men kan diens visie aan de Kamers bekendmaken, bijvoorbeeld via <http://enquete.publiek-politiek.nl/inspraakbijeenkomsten/29570>. Laten wij opkomen voor onze democratie.

 

 

25 SEPTEMBER 2007: ANDERE PETITIE OP WWW.X09.EU

 

Inmiddels troffen wij ook nog een andere mogelijk te tekenen petitie aan op www.X09.eu. Dit initiatief wordt, naar op de betreffende website vermeldt staat, ondermeer onderhouden door diverse leden van het Europees Parlement zelf.

 

 

Deze petitie (de voor Nederland relevante versie) luidt kort maar krachtig:

 

“Ik eis een Referendum over het volgende EU Verdrag”

 

Om direct op de Nederlandstalige petitie te komen: http://x09.eu/nl/sign/

 

Wij zouden een ieder willen oproepen om ook deze petitie te tekenen.

 

 

24 SEPTEMBER 2007: OPENBARE VERKLARING LEEFBAAR TYNAARLO OVER DE REFERENDUMKWESTIE

 

OPENBARE VERKLARING:

 

Het referendum over het nieuwe Europese verdrag en het behoud van onze democratie

 

Toen ’s avonds 1 juni 2005 de duidelijke afwijzende uitslag van het raadplegend referendum over het Europees grondwettelijk verdrag duidelijk werd; zaten wij reeds met onze gedachten bij de vraag hoe de gevestigde landelijke politiek dit zou oppakken. Wij gingen ervan uit dat ze het toch niet aan zouden durven de uitspraak van de bevolking rechtstreeks te trotseren door alsnog het grondwettelijk verdrag goed te keuren; maar wij voorzagen dat men er niet vreemd van op zou moeten kijken als er in de toekomst een truc uit de hoge hoed zou worden getoverd. Dit bijvoorbeeld in de vorm van een verdrag met een andere betiteling dan “grondwet” en met enige uiterlijke tierelantijntjes eruit verwijderd, doch met materieel dezelfde inhoud, die dan zonder referendum goedgekeurd zou worden.

 

Helaas gaat het ernaar uitzien dat deze voorspelling uit zal komen, voorzover de zaken op hun beloop gelaten worden. Zo is er tussen de lidstaten overeenstemming bereikt over de hoofdlijnen van een nieuw verdrag, waarin enige cosmetische wijzigingen zijn doorgevoerd. De regering trommelde zich ervoor op de borst dat een vlaggetje en een liedje uit de tekst gehouden waren, en dat bepaalde gedeelten niet in de tekst zelf worden opgenomen maar worden vervangen door een verwijzing (die een en ander niettemin bindend maakt). Daarbij moet nog aangemerkt worden, dat de interpretatie van de verdragstekst toch in belangrijke mate aan de Europese Unie zelf en diens organen, het Hof van Justitie voorop, is overgelaten, en dat daardoor is te verwachten dat deze interpretatie vooral ten faveure van de bevoegdheden van de Europese Unie zal strekken: in het verleden zijn de meest verstrekkende beslissingen ook buiten de kaders van de bestaande verdragen, met een beroep op vage ongeschreven beginselen, tot stand gekomen.

 

Wij waren al met al niet verbaasd, doch wel teleurgesteld, toen de regering enige dagen geleden liet weten dat er wat deze betreft geen nieuw referendum zal worden gehouden. Op zich geen man overboord, dachten wij; immers was het vorige referendum ook op basis van een initiatiefvoorstel uit de Tweede Kamer gehouden. Echter, vervolgens bleek ook nog, dat de regering expliciet dreigt om een eventuele door de Kamers der Staten-Generaal aangenomen initiatiefwet tot het houden van een referendum over een nieuw verdrag, tegen te houden.

 

Hoewel zulks staatsrechtelijk gezien niet onmogelijk is, geeft de regering met een dergelijke machtsdrogreden toch blijk voor een gebrekkige achting voor de volksvertegenwoordiging en voor het volk zelf. Dit kan wel worden gezien in de zorgwekkende algemene ontwikkeling, dat het Europees recht bij tijd en wijle door de regering gebruikt wordt om het evenwicht tussen regering en Staten-Generaal te verschuiven ten gunste van de regering, zodat de hard bevochten parlementaire democratie stukje bij beetje wordt afgebroken. Zo plegen in wetten ter implementatie van Europese regels wel bepalingen te worden opgenomen die maken dat de ministers simpelweg de bevoegdheid geven om bij ministeriële regeling de tekst van de wet zelf te wijzigen naar goeddunken ingeval volgens hen nieuwe Europese regels daar aanleiding toe geven. Wij dienen dus met ons allen waakzaam te zijn, teneinde het feitelijke democratische gehalte van onze samenleving te waarborgen. Eigenlijk behoort toch het oppergezag weer bij de gemeenschap van de burgers te worden gebracht.

 

Normaliter richten wij ons voornamelijk op zaken die specifiek op ons lokale niveau spelen. Nu echter lijkt het ons essentieel om met ons allen op te staan om op te komen voor onze nationale democratie. Bovendien heeft de kwestie rond de Europese integratie ook ferme invloed op de lokale gemeenschappen, de lokale democratie, en de mogelijkheden om als lokale gemeenschappen een zekere autonomie te behouden.

 

Wij roepen een ieder dan ook op om niet werkeloos toe te zien hoe wij, de bevolking, gepasseerd dreigen te worden, maar om met alle mogelijke democratische middelen pressie op de landelijke politiek uit te oefenen, met de insteek dat enig nieuw Europees verdrag alsnog bij referendum aan de bevolking wordt voorgelegd. Ook zouden wij de andere lokale en regionale partijen willen oproepen om de zaak onder de aandacht te brengen en hiervoor hun achterbannen te mobiliseren.

 

Mogelijkheden zijn onder andere het schriftelijk of digitaal tekenen van georganiseerde petities waarin om een referendum verzocht wordt. Zo valt te wijzen op de petitie op www.wijwillenreferendum.eu. Wij hebben geen binding met de organisatoren van deze petitie, maar wij steunen wel het initiatief om deze petitie te organiseren.

 

Ook kan men diens mening geven tegenover de Tweede Kamer door de enquête op http://enquete.publiek-politiek.nl/inspraakbijeenkomsten/29570 in te vullen.

 

Onlangs verschenen ook berichten, dat er vanuit de Tweede Kamer het idee was geuit om de vervallen Tijdelijke Referendumwet weer deels in werking te laten treden, zodat kiesgerechtigde burgers door formeel hun handtekening te zetten onder een referendumverzoek, zouden kunnen bewerkstelligen dat er, als genoeg burgers zouden tekenen, alsnog een referendum zou worden gehouden. Zo zou aan de burgers worden overgelaten óf er een referendum zal worden gehouden. Op zicht lijkt dit ons een onnodige omweg, maar desalniettemin kunnen wij aangeven dat als voor een dergelijke constructie zal worden gekozen, wij een ieder zouden oproepen om diens handtekening te zetten.

 

Vries, 24 september 2007,

 

Leefbaar Tynaarlo

 

 

22 SEPTEMBER 2007: UIT DE NIEUWSBRIEF VAN HET SAMENWERKINGSVERBAND ANDER EUROPA, “KOEHANDEL EN POWERPLAY”

 

[Uit de Nieuwsbrief Ander Europa, 22 september 2007, op moment van schrijven, 22 september 2007, te vinden op <http://www.wijwillenreferendum.eu/nws-10>, ontlenen wij de volgende verklaring van het Samenwerkingsverband Ander Europa:]

 

Koehandel en Powerplay

Gisteren heeft het kabinet haar beslissing bekend gemaakt. Wat haar betreft komt er geen referendum over het nieuwe Europese verdrag. Op zich was dat helemaal geen nieuws, want ook in het coalitieakkoord was al bepaald dat de regering niet het initiatief zou nemen voor een referendum. Maar inmiddels is de aap uit de mouw. Want zoals de Volkskrant van vandaag bericht, heeft het kabinet ook besloten dat zij een initiatiefwet vanuit de Kamer tegen zal houden.

Dat betekent in feite dat het kabinet - inclusief de PvdA-bewindslieden - tegen de PvdA-kamerfractie zegt: als jullie (conform het PvdA- verkiezingsprogramma) steun geven aan een voorstel voor een referendum blazen wij het kabinet op, wordt de Kamer ontbonden en komen er nieuwe verkiezingen.
Dat is een staaltje machtspolitiek dat volgens deskundigen in Nederland nog niet eerder is vertoond.

Het kabinet bruuskeert daarmee niet alleen de PvdA-fractie (die dat door haar slappe houding natuurlijk een beetje over zich heeft afgeroepen), maar ook een duidelijke meerderheid van de bevolking. Immers, uit alle beschikbare onderzoeken blijkt dat een ruime meerderheid van de Nederlanders voor een nieuw referendum is. In het laatste onderzoek, van RTL 4, sprak 62% zich uit voor een referendum, 15% tegen en 23% weet het niet of heeft geen mening.

Nog belangrijker dan opiniepeilingen is de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van november vorig jaar, waar een meerderheid van de kiezers (goed voor 77 van 150 kamerzetels) zijn/haar stem gaf aan een partij die zich voor een referendum had uitgesproken.

Het CDA beroept zich in zijn strijd tegen het referendum op de vertegenwoordigende democratie en het mandaat van de kiezer aan de volksvertegenwoordiger. Maar in de praktijk doet het CDA niets anders dan coalitiegenoot PvdA onder druk zetten om tegen dit mandaat in te gaan. Balkenende cs. gokken er op dat de PvdA, die onveranderd laag staat in de peilingen (bij de laatste peilingen van het NIPO 28 zetels, 5 minder dan nu in de Kamer), tot iedere prijs een val van het kabinet en nieuwe verkiezingen wil voorkomen.

De enige manier om tegenwicht tegen het powerplay van de regering te bieden, is om zo veel mogelijk druk te organiseren vanuit de bevolking. Om - met name de PvdA-fractie in de Tweede Kamer - te laten zien dat het niet steunen van een referendumvoorstel echt een brug te ver is.

Dat is de bedoeling van onze petitie. Daarbij gaat het er niet om wat wij inhoudelijk van het nieuwe verdrag vinden of hoe we gestemd hebben in het referendum over de Europa Grondwet. Het gaat er nu om dat de bevolking de kans krijgt om zich uit te spreken over dit verdrag dat in de plaats komt van de verworpen grondwet.

Petitie komt op gang
De petitie voor een nieuw referendum heeft lange tijd een min of meer sluimerend bestaan geleid. Tot een week geleden waren er iets meer dan 1900 handtekeningen binnen en bleef de aanwas beperkt tot een enkele ondertekenaar per dag. Nu de discussie over het referendum weer is opgelaaid, en vooral na het besluit van het kabinet, is daar verandering in gekomen. Nu komen er tientallen en soms meer dan honderd ondertekenaars per dag bij. Daarbij gaat het alleen nog maar om de mensen die direct op de site tekenen. De handtekeningen op papieren lijsten moeten nog verwerkt worden.

Woedende sneeuwbal ...
Het is duidelijk dat er grote woede bestaat over het optreden van het kabinet in deze. Wij proberen die woede te kanaliseren en effectief te maken. Het is duidelijk dat als mensen met ons initiatief in aanraking komen er een grote bereidheid bestaat om te tekenen. De grootste belemmering waar we mee te maken hebben is de geringe bekendheid van de petitie. Wij hebben geen budget voor advertenties of andere vormen van publiciteit. We moeten het doen met zeer bescheiden middelen. Wij zijn slechts een kleine groep vrijwilligers die naast hun dagelijkse beroeps- en andere activiteiten dit initiatief dragen.

Deze actie moet het hebben van de mond-tot-mond reclame, van mensen die de moeite nemen om anderen in hun omgeving er op te wijzen en aan te sporen ook te tekenen. Van het sneeuwbaleffect dat hierdoor kan ontstaan. Een van de manieren waarop u daar aan bij kunt dragen is onder uw e-mail berichten een vaste zin op te nemen, bijvoorbeeld:

● Steun de petitie voor een referendum over het EU-verdrag op: www.wijwillenreferendum.eu

Of u kunt onderstaande tekst doorsturen aan mensen waarvan u hoopt dat ze ook zullen tekenen:

● Als het aan de regering ligt komt er geen referendum over het nieuwe Europese verdrag dat in de plaats komt van de verworpen Europese grondwet. Ik vind dat de bevolking zich wel weer uit moet kunnen spreken. Een ruime meerderheid van de Nederlanders vindt dat ook. Om de Tweede Kamer er toe te brengen weer een referendum te organiseren heb ik de petitie op http://www.wijwillenreferendum.eu  getekend.
Doe jij dat ook?

 

Of u kunt zelf een nog veel pakkender tekst bedenken en rondsturen. Als u echt een mooie tekst heeft, stuur hem ons dan ook even toe!
U kunt ons ook financieel steunen door overmaking van een bedrag op
rekening 609060
t.n.v. XminY, Amsterdam,
ovv Ander Europa Fonds.

 

[TOT ZOVER DE VERKLARING VAN HET SAMENWERKINGSVERBAND ANDER EUROPA]

 

16 SEPTEMBER 2007: VERKLARING SAMENWERKINGSVERBAND ANDER EUROPA INZAKE “KOEHANDEL” OVER REFERENDUM

 

[Van <http://www.wijwillenreferendum.eu/nieuws> ontlenen wij op 16 september 2007 de volgende verklaring van het Samenwerkingsverband Ander Europa:]

 

Koehandel over referendum


Vorige week werd bekend dat de Raad van State haar advies over het wel of niet houden van een referendum aan de regering had uitgebracht. De inhoud van het advies is nog niet bekend. De bekendmaking daarvan is aan de regering. Volgens berichten in de pers acht de Raad een referendum niet per se noodzakelijk. Dat is natuurlijk koren op de molen van het CDA dat tegen iedere prijs een nieuw referendum wil voorkomen.
 
Op zich verbaast dit advies van de Raad van State niet. Er is in Nederland geen wettelijke basis die een referendum verplicht of juist verbiedt. Al eerder hadden verschillende staatsrechtdeskundigen hun verbazing uit gesproken over de constructie waarbij de regering (nota bene voordat er een definitieve tekst van een nieuw Europees verdrag is) aan de Raad van
State vraagt of deze een referendum noodzakelijk acht. Dat is immers een politieke, en geen juridische vraag.
Daarom pleitte Professor Voerman er in de Volkskrant van 19 juli voor dat de Raad van State ‘de hete aardappel terug zou gooien naar het kabinet’ omdat de Raad er niet is om politieke problemen voor de regering op te lossen. ‘De Raad heeft geen meetlat’ in de woorden van Voermans. Professor Roos betoogde enige dagen later in de Volkskrant (24-7) zelfs dat de Raad kon volstaan met een herhaling van het advies van 2005, omdat het nieuwe verdrag in essentie toch het zelfde is als de grondwet.
 
Na het advies van de Raad begonnen in de schoot van het kabinet de onderhandelingen. Volgens berichten in de media zou er sprake van zijn dat de PvdA af zou zien van het referendum in ruil voor een afzwakking van de plannen van Donner voor toch versoepelen van het ontslagrecht. In een verklaring en een persbericht werd dit door ons als "koehandel" bestempeld.
(zie: http://www.wijwillenreferendum.eu/nieuws)
 
De argumenten die aangevoerd worden tegen een nieuw referendum zijn flinterdun. Het CDA voert aan principieel tegen referenda te zijn omdat die strijdig zijn met onze representatieve democratie. Daar vallen twee kanttekeningen bij te plaatsen.
Ten eerste: als een (raadgevend) referendum nu principieel in strijd is met de vertegenwoordigende democratie dan was dat ook in 2005 het geval. Toch heeft het CDA weliswaar tegen de initiatiefreferendumwet gestemd, maar daar vanuit de regering nooit het onaanvaardbaar over uitgesproken.
Het was een kabinet-Balkenende dat het referendum van 2005 organiseerde. Dus zo principieel kunnen die bezwaren ook weer niet zijn.
Ten tweede: bij de laatste Kamerverkiezingen heeft een meerderheid van de kiezers gestemd op een van de partijen (PvdA, SP, GL, D66, PVV en PvdD) die zich voor een referendum had uitgesproken. Als er dus een mandaat is van de kiezers dan is dat vóór een referendum.
 
Het probleem voor de tegenstanders van een referendum is dat zij in het kabinet wel een duidelijke meerderheid hebben (CDA en ChristenUnie) maar dat de derde coalitie partner in haar verkiezingsprogramma pleitte voor een referendum en dat dit standpunt kan rekenen op een meerderheid van 77 zetels in de tweede kamer. Door de PvdA onder druk te zetten probeert men
de Kamerfractie van deze partij nu zo ver te krijgen dat ze tegen een referendum zal stemmen.
 
Het enig dat wij daar tegenover kunnen stellen is druk vanuit de bevolking organiseren en duidelijk te maken dat er nog steeds een meerderheid voor een referendum is. Daarom roepen we iedereen op om de petitie te teken, anderen daar op te wijzen en ook gebruik te maken van de papieren handtekeningenlijsten die via de site gedownload kunnen worden.
  
Steun ons
Het ontbreekt in Nederland niet aan informatiebronnen over Europa.
Allerlei specifieke bladen en websites geven informatie over Europa. Een ding hebben (bijna) al deze informatiebronnen gemeen: ze worden (mede) gefinancierd door de Nederlandse en Europese overheid. Ze ontvangen geld uit het ‘Europafonds’ van het ministerie van Buitenlandse Zaken, van de Europese Commissie, van het Europese Parlement of van een combinatie
daarvan.
De vele miljoenen per jaar die door deze instellingen aan ‘voorlichting en informatie’ worden besteed zijn niet beschikbaar voor critici van het huidige Europa.
 
Om toch ook een kritisch geluid over Europa te laten horen geeft het ‘Samenwerkingsverband Ander Europa’ deze nieuwsbrief uit. We besteden hierin met name aandacht aan de discussie over de toekomst van Europa en het nieuwe Europese verdrag dat in de plaats moet komen van de in 2005 gesneuvelde Europese Grondwet. Voor deze en andere activiteiten van “Ander
Europa” ontvangen we geen cent subsidie.
U kunt ons steunen door deze nieuwsbrief verder te verspreiden. Het overnemen van (delen van) de nieuwsbrief wordt op prijs gesteld (uiteraard met bronvermelding). Graag worden we hier van op de hoogte gehouden.
 
U kunt ons ook financieel steunen door overmaking van een bedrag op rekening 609060 t.n.v. XminY, Amsterdam, ovv Ander Europa Fonds. 

 

[TOT ZOVER DE VERKLARING VAN HET SAMENWERKINGSVERBAND ANDER EUROPA]

 

 

28 JUNI 2007: OPROEP AAN ANDERE LOKALE PARTIJEN IN GEMEENTEN OM ZAAK ROND EU-KWESTIES AAN DE ORDE TE STELLEN

 

Advies

 

Standaardmotie: wenselijkheid nieuw referendum en rol van gemeente in Europese integratie

 

Vries, 28 juni 2007

 

L.S.,

 

Recentelijk is het gebeuren rond de EU, en het mogelijke nieuwe Vereenvoudigd Verdrag, weer meer in de schijnwerpers komen te staan.

 

Tot voor kort waren de signalen dat de landelijke politiek weinig voelde voor een nieuw referendum voor een zodanig verdrag.

 

Dit terwijl zo’n verdrag, dat vergaande bevoegdheden aan de EU zal geven, ook al zijn enige cosmetische ingrepen bewerkstelligd, vergaande gevolgen voor Nederland en het Nederlandse volk zal hebben.

 

Onzes inziens ligt de soevereiniteit bij het volk, en wij vragen ons af in hoeverre het acceptabel is dat deze soevereiniteit mogelijk over de hoofden van de drager ervan, het volk, deels uit handen wordt gegeven.

 

Er zijn nu aanwijzingen dat er meer draagvlak in de Tweede Kamer ontstaat voor een referendum, maar onzes inziens doet dat niet af aan het belang om de wenselijkheid van zo’n referendum uitdrukkelijk uit te spreken en als decentrale overheden bij de Rijksoverheid aan de orde te stellen.

 

Ook de decentrale overheden, waaronder de gemeenten, worden geraakt door het Europees gebeuren, onder meer vanwege het feit dat ook de decentrale overheden worden gebonden door regels die eruit voortvloeien.

 

Het zou ook wenselijk zijn te bezien op welke wijze de decentrale overheden nadere invloed op dit onderwerp kunnen uitoefenen.

 

Derhalve zouden wij u bij dezen graag de navolgende standaardmotie (concept, en verder desgewenst naar eigen inzicht vorm te geven) willen aanreiken en u in overweging willen geven deze aan de orde te stellen.

 

Met vriendelijke groet,

 

_____________________________

 

MOTIE

 

 

Motie ingediend door:         ondergetekende raadsleden

 

Agendapunt:           motie vreemd aan de agenda

Raadsvergadering d.d.: _____________________________

Onderwerp:             wenselijkheid nieuw referendum en rol van gemeente in Europese integratie

 

 

De raad van de gemeente _____________________________;

 

in vergadering bijeen te _____________________________; op _____________________________;

 

gelet op het Reglement van Orde;

 

gehoord de beraadslagingen;

 

overwegende:

-          dat de Nederlandse bevolking in 2005 bij referendum het Grondwettelijk Verdrag van de Europese Unie heeft verworpen;

-          dat thans wordt getracht wederom een (Vereenvoudigd) Verdrag voor de Europese Unie tot stand te brengen;

-          dat men een kind zoet kan houden door met vlaggetjes en liedjes aan te komen zetten en de Nederlandse regering blijkbaar door zulke vlaggetjes en liedjes juist weg te nemen;

-          dat de landelijke politiek vooralsnog niet genegen blijkt te zijn wederom een referendum te organiseren, althans dat dit in ieder geval tot voor kort het geval was, dat er weliswaar enige bemoedigende signalen zijn dat er binnen de Tweede Kamer toch draagvlak zal ontstaan voor een zodanig referendum, wat door de raad van harte wordt aangemoedigd, maar dat dit niet het belang wegneemt alsnog de wenselijkheid hiervan uitdrukkelijk uit te spreken;

-          dat het evenwel toch wenselijk is dat een besluit van dergelijk belang voor de toekomst van het Nederlandse volk als het besluit een nieuw Verdrag te ratificeren, aan de bevolking, waar alle democratische legitimiteit uit voortvloeit, wordt voorgelegd;

-          dat de ontwikkelingen rond de Europese integratie ook voor de gemeenten van belang zijn, onder meer aangezien de regels die eruit voortkomen ook de decentrale overheden binden;

-          dat derhalve de gemeenten hebben te bezien op welke wijze zij nadere invloed op dit onderwerp kunnen uitoefenen;

 

spreekt uit:

-          dat het wenselijk is dat enig nieuw Verdrag in het kader van de Europese Unie bij referendum aan de bevolking wordt voorgelegd;

-          dat aan het college is opgedragen dit uitgangspunt steeds krachtig richting de Rijksoverheid en anderen uit te dragen;

-          dat aan het college voorts is opgedragen deze motie namens de raad bij de Rijksoverheid, met name de regering en de kamers der Staten-Generaal, onder de aandacht te brengen;

-          dat het voorts van belang is voor de gemeenten om te bezien op welke wijze zij nadere invloed op dit onderwerp van de Europese integratie kunnen uitoefenen;

-          dat het van belang is hieromtrent ideeën te ontwikkelen en dat het college wordt opgeroepen in dezen met een voorzet te komen;

 

en gaat over tot de orde van de dag.

 

 

Ondertekend door:

 

_____________________________

 

_____________________________

 

_____________________________

 

 

26 JUNI 2007: AANDACHT VAN LEEFBAAR TYNAARLO VOOR EUROPEES GEBEUREN IN ALGEMENE BESCHOUWINGEN GEMEENTE TYNAARLO

 

Bij de behandeling van de Voorjaarsnota van 2007 en de Algemene Beschouwingen, in de vergadering van de raad van de gemeente Tynaarlo, heeft Leefbaar Tynaarlo inzake het Europaverhaal het volgende aan de raad te kennen gegeven:

 

“…Ook het verhaal Europa speelt recentelijk weer op. Een nieuw verdrag lijkt in de maak. Dat men wellicht nu de bevolking zal passeren lijkt ons zorgwekkend. Dit alles is ook voor de gemeenten relevant, vanwege alle paarse (of blauw-gele) krokodillenregels die het EU-gebeuren oplevert en waar ook de gemeenten aan gebonden zijn, en financiële aspecten. Wij achten het verder van belang voor de gemeenten om te bezien op welke wijze dezen nadere invloed op dit onderwerp van het Europaverhaal kunnen uitoefenen. Maar voorzitter, Leve het tweede EU referendum. Leefbaar Tynaarlo heeft met vreugde kennis genomen van de uitspraak van PvdA fractievoorzitter Jacques Tichelaar waarin hij zich uitspreekt voor een referendum over een nieuw Europees verdrag. Samen met de partijen die zich hier al eerder voor uitspraken is er nu een duidelijke meerderheid in de Tweede Kamer zodat dit referendum er zal komen.

 

Het verheugd ons dat we nu met ons allen kunnen richten een bijdrage aan de inhoudelijke discussie over de toekomst van Europa te leveren en voor de komende referendum campagne…”

 

Verder had Leefbaar Tynaarlo de onderstaande motie voorbereid (voornamelijk een zogenoemde “doorzendmotie” teneinde een mening aan de Rijksoverheid kenbaar te doen maken). Gezien enige signalen vanuit leden van de Tweede Kamer dat er mogelijk toch positieve ontwikkelingen zijn (wat overigens niet tot verminderde waakzaamheid mag leiden), heeft Leefbaar Tynaarlo deze motie voorlopig niet in stemming gebracht. Wel is deze aan het gemeentebestuur ter kennisgeving aangeboden, in de hoop dat men er inspiratie uit opdoet. De motie luidt als volgt:

 

MOTIE nr

 

(artikel 36 Reglement van Orde voor de gemeenteraad)

 

Motie ingediend door: ondergetekende raadsleden

 

Agendapunt 12 - Algemene beschouwingen bij Voorjaarsnota 2007

Raadsvergadering dd 26 juni 2007

Onderwerp: rol van gemeente in Europese integratie

 

De raad van de gemeente Tynaarlo;

 

in vergadering bijeen op  26 juni 2007;

 

gehoord de beraadslagingen;

overwegende:

-          dat de Nederlandse bevolking in 2005 bij referendum het Grondwettelijk Verdrag van de Europese Unie heeft verworpen;

-          dat thans wordt getracht wederom een (Vereenvoudigd) Verdrag voor de Europese Unie tot stand te brengen;

-          dat men een kind zoet kan houden door met vlaggetjes en liedjes aan te komen zetten en de Nederlandse regering blijkbaar door zulke vlaggetjes en liedjes juist weg te nemen;

-          dat de landelijke politiek vooralsnog niet genegen blijkt te zijn wederom een referendum te organiseren;

-          dat het evenwel toch wenselijk is dat een besluit van dergelijk belang voor de toekomst van het Nederlandse volk als het besluit een nieuw Verdrag te ratificeren, aan de bevolking, waar alle democratische legitimiteit uit voortvloeit, wordt voorgelegd;

-          dat de ontwikkelingen rond de Europese integratie, aangezien daar regels uit voortkomen die ook de gemeentelijke overheden binden, ook voor de gemeenten van belang is;

-          dat derhalve de gemeenten hebben te bezien op welke wijze zij nadere invloed op dit onderwerp kunnen uitoefenen;

 

spreekt uit:

-          dat het wenselijk is dat enig nieuw Verdrag in het kader van de Europese Unie bij referendum aan de bevolking wordt voorgelegd;

-          dat aan het college is opgedragen dit uitgangspunt steeds krachtig richting de Rijksoverheid en anderen uit te dragen;

-          dat aan het college voorts is opgedragen deze motie namens de raad bij de Rijksoverheid onder de aandacht te brengen;

-          dat het voorts van belang is voor de gemeenten om te bezien op welke wijze zij nadere invloed op dit onderwerp van de Europese integratie kunnen uitoefenen;

-          dat het van belang is hieromtrent ideeën te ontwikkelen en dat het college wordt opgeroepen in dezen met een voorzet te komen;

 

en gaat over tot de orde van de dag.

 

Vries, 26 juni 2007

 

Ondertekend door:”

 

 

25 JUNI 2007: “LEVE HET TWEEDE EU REFERENDUM”

 

Leve het tweede EU referendum

 

Leefbaar Tynaarlo heeft met vreugde kennis genomen van de uitspraak van PvdA fractievoorzitter Jacques Tichelaar waarin hij zich uitspreekt voor een referendum over een nieuw Europees verdrag. Samen met de partijen die zich hier al eerder voor uitspraken is er nu een duidelijke meerderheid in de Tweede Kamer zodat dit referendum er zal komen.

 

Het verheugd ons dat we nu met ons allen kunnen richten een bijdrage aan de inhoudelijke discussie over de toekomst van Europa te leveren en voor de komende referendum campagne.

 

[Nu maar hopen dat betrokkenen zich aan hun mooie praatjes houden als het erop aankomt… De nieuwe ontwikkelingen mogen geen reden zijn om nu de aandacht en waakzaamheid te laten verslappen!]

 

 

5 JUNI 2007: OPROEP OM “OPINIEWIJZER” IN TE VULLEN OVER “EUROPA”

 

De Tweede Kamer der Staten-Generaal geeft aan dat deze wil weten hoe u - de burger - over “Europa” denkt.

 

Daartoe zijn enige informatiebijeenkomsten georganiseerd. Op het moment van schrijven (5 juni 2007) zijn deze helaas reeds voorbij of zullen zij zeer binnenkort worden gehouden. Op onze website [hieronder] vindt u informatie hierover van de internetpagina’s van de Tweede Kamer. Ook vindt u op onze website [nog verder naar onderen] een verslagje onzerzijds van de informatieavond te Groningen op 4 juni 2007.

 

Wel bestaat nog de mogelijkheid om de “OpinieWijzer” in te vullen, een soort internetenquête. Hierop kunt u onder andere aangeven hoe u denkt over het Nederlandse lidmaatschap van de Europese Unie, of er een nieuwe EU-Grondwet moet komen, en of een nieuw referendum wenselijk is. Ook kunt u een oordeel geven over inhoudelijke thema’s. De uitkomsten zullen, aldus de bijgevoegde informatie, worden verzameld en naar de Tweede Kamer worden gestuurd.

 

Wij raden u van harte aan om deze “OpinieWijzer” in te vullen, om te laten weten hoe u er over denkt.

 

Het is (op moment van schrijven) te bereiken via de onderstaande link:

 

http://enquete.publiek-politiek.nl/inspraakbijeenkomsten/

 

Of u kunt (thans) rechtstreeks de “OpinieWijzer” starten via:

 

Start de OpinieWijzer

[http://enquete.publiek-politiek.nl/inspraakbijeenkomsten/29570]

 

[Ook wijzen wij nog eens op de mogelijkheid om via www.wijwillenreferendum.eu, een initiatief van diverse organisaties, digitaal een petitie te “ondertekenen” die om een nieuw referendum verzoekt voor als er een nieuw EU-Verdrag komt.]

 

 

5 JUNI 2007: INFORMATIE VAN WEBSITE TWEEDE KAMER E.A. OVER INFORMATIEBIJEENKOMSTEN EN “OPINIEWIJZER”

 

Praat mee over de toekomst van Europa!

 

I) Op moment van schrijven (5 juni 2007) kan het volgende worden ontleend aan de website, te bereiken via de hyperlink http://www.tweedekamer.nl/europahoenuverder/index.jsp:

 

Europa: Hoe nu verder?

 

- Tweede Kamer organiseert inspraakbijeenkomsten

- Live uitzending bijeenkomsten

- OpinieWijzer

- Plaatsen en data

- Heeft u vragen?

 

Tweede Kamer organiseert inspraakbijeenkomsten

 

De Tweede Kamer wil weten hoe Nederlanders de toekomst van Europa zien. Onder het motto ‘Europa: hoe nu verder’ trekt van 4 tot en met 7 juni een karavaan van Kamerleden door het land om naar de mening van burgers te luisteren. Iedereen is welkom op de inspraakbijeenkomsten. 

Harm-Evert Waalkens (PvdA), voorzitter van de commissie voor Europese Zaken: “Wij willen luisteren. Nu eens niet naar de vertegenwoordigers van de vertegenwoordigers maar naar iedereen die met ons rechtstreeks in gesprek wil over Europa.” 

Met de resultaten van de inspraakbijeenkomsten en de OpinieWijzer bereidt de commissie zich voor op diverse (inter)nationale debatten over de toekomst van de EU die dit jaar zullen plaatsvinden.

 

De bijeenkomsten zijn opgezet rond drie thema’s:

top

 

Live uitzending bijeenkomsten

 

U kunt de bijeenkomsten hier rechtstreeks volgen. Op de avond van de inspraakbijeenkomst vanaf ongeveer 18.55 kunt u via onderstaande link meekijken naar het debat tussen burgers en politici.

top

 

OpinieWijzer

 

Voorafgaand aan de inspraakbijeenkomsten wordt de OpinieWijzerverspreid: een lijst met vragen aan de Nederlandse burgers over Europese onderwerpen. Speciale nadruk ligt daarbij op de thema’s  Milieu, Klimaat & energie, Veiligheid en Immigratie. De resultaten uit de OpinieWijzer worden straks op deze site geplaatst. 

- Vul de OpinieWijzer in via deze link      

top

 

Plaatsen en data

 

- Groningen - 4 juni, Martiniplaza, 19.00 - 22.00 uur.

In Groningen zijn de volgende Kamerleden aanwezig: H.E Waalkens (PvdA), L. Blom (PvdA), H.J. Ormel (CDA), H. van Bommel (SP), H. ten Broeke (VVD), R. de Roon (PVV), I. van Gent (GroenLinks), E. Wiegman (ChristenUnie), B. van der Ham (D66), E. Ouwehand (PvdD).

 

- Apeldoorn - 5 juni, Gemeentehuis, 19.00 - 22.00 uur   

In Apeldoorn zijn de volgende Kamerleden aanwezig: H.E Waalkens (PvdA), L. Blom (PvdA), H.J. Ormel (CDA), H. van Bommel (SP), H. ten Broeke (VVD), R. de Roon (PVV), J. Lagendijk (Europees Parlement, GroenLinks), E. Wiegman (ChristenUnie), A. Pechtold (D66), N. Koffeman (1e Kamer, PvdD).

 

- Eindhoven - 6 juni, Stadhuis Raadzaal, 19.00 - 22.00 uur 

In Eindhoven zijn de volgende Kamerleden aanwezig: H.E Waalkens (PvdA), L. Blom (PvdA), H.J. Ormel (CDA), H. van Bommel (SP), H. ten Broeke (VVD), R. de Roon (PVV), K. Buitenweg (Europees Parlement, GroenLinks), E. Wiegman (ChristenUnie), B. van der Ham (D66), C. van der Staaij (SGP).

 

- Den Haag - 7 juni, Tweede Kamer (Oude Zaal), 19.00 - 22.00 uur

In Den Haag zijn de volgende Kamerleden aanwezig: H.E Waalkens (PvdA), L. Blom (PvdA), H.J. Ormel (CDA), H. van Bommel (SP), H. ten Broeke (VVD), R. de Roon (PVV), M. Peters (GroenLinks), E. Wiegman (ChristenUnie), A. Pechtold (D66), M. Thieme (PvdD).    

 

Er is plaats voor maximaal 150 burgers per bijeenkomst. Aanmelden is verplicht.

top

 

Heeft u vragen?

 

Belt u dan met de afdeling Publieksvoorlichting van de Tweede Kamer: 070 318 3040 of mail met voorlichting@tweedekamer.nl

top

 

II) Op moment van schrijven (5 juni 2007) kan het volgende worden ontleend aan de website, te bereiken via de hyperlink

http://enquete.publiek-politiek.nl/inspraakbijeenkomsten/:

 

Inleiding

 

De Tweede Kamer wil weten hoe u over Europa denkt. Onder de titel Europa: hoe nu verder? gaan leden van de Tweede Kamer het land in om naar de mening van burgers over Europa te luisteren. Op basis van de OpinieWijzer en de inspraakbijeenkomsten bereidt de Tweede Kamer zich voor op diverse (inter)nationale debatten over de toekomst van de Europese Unie, die dit jaar zullen plaatsvinden. De inspraakbijeenkomsten vinden plaats in Groningen, Apeldoorn, Eindhoven en Den Haag. Tijdstip: 19.00 tot 22.00 uur. Aansluitend is er de mogelijkheid om persoonlijk na te praten met de kamerleden. Inloop vanaf 18.00 uur.

 

Voorafgaand aan de inspraakbijeenkomsten kunt u de OpinieWijzer invullen: een lijst met 26 vragen over een aantal Europese onderwerpen. De uitkomsten van de OpinieWijzer vormen de basis van de discussie op de inspraakbijeenkomsten. Het invullen van de OpinieWijzer kost u ongeveer tien minuten.

 

U kunt zich aanmelden voor één van de inspraakbijeenkomsten via het aanmeldingsformulier.

 

U kunt ook de OpinieWijzer invullen. De resultaten worden verzameld en naar de Tweede Kamer verstuurd. Start de OpinieWijzer.”

 

 

5 JUNI 2007: VERSLAGJE INFORMATIEAVOND MET KAMERLEDEN OP 4 JUNI 2007

 

Europa: Hoe nu verder

 

Deze kreet stond 4 juni jl. leden centraal op een bijeenkomst tussen burgers en de vaste kamer commissie van de 2e kamer in Groningen.

 

Dat de vastkamer commissieleden zich erg belangrijk vonden, bleek wel dat alle bezoekers vooraf hun handtasje en jas niet mochten meenemen naar de zaal en werden onderzocht op handgranaten etc.. De kreet wij zijn toch niet in Den Haag maar in Groningen, deed daar niets aan af.

 

Momenteel is na 2 jaar stilte en het likken van de wonden, de carrousel weer ingang gezet. Dit moet uiteindelijk uitmonden in geen referendum over een nieuwe grondwet. Snikkie moet deze worden doorgedrukt. Dit soort avonden (4 in totaal) moeten daar in ieder geval aan bijdragen.

 

Een groot Europa waar geen plaats meer is voor klompen, er efficiënter moet worden bestuurd, er verdere uitbreiding dient te komen dan de nu 27 aangeslotenen en we steeds verder veramerikaniseren. Je moet plotsklaps denken aan het groot Europa en nu wordt uitgevoerd wat 60 jaar geleden (40-45) was bestreden. Zelfs zou namens de CU ook noord Afrika daarbij kunnen worden betrokken. Exact waar toen Rommel in 1944 al doorheen was getrokken.

 

De vraag is nu: hoe verkoop je dit je inwoners en omzeil je te veel inspraak via een referendum. Eigenlijk dien je de voorstanders van deze aanpak per direct af te rekenen, en zoals het ook in het bedrijfsleven gaat, de laan uit sturen. Maar zo gaat het niet. De avond was bezocht door 90% voorstanders van een groot Europa waar ruimte moet zijn voor nog meer landen dan de 27 die nu zijn betrokken bij een verenigd Europa.

 

Wat eens is begonnen al de Kolen en Staal Unie en Benelux, wordt langzamerhand een onbestuurbaar machtsblok. Dat was ook te horen op deze avond. Voorbeelden werden er genoeg aangedragen die je tot nadenken dwong. Neem je het voorbeeld van de energie, dan is snel duidelijk dat het moeilijk wordt daar een eenheid in aan brengen. We willen niet afhankelijk worden van Rusland of het verre Oosten, tegelijkertijd roept men van duurzaamheid. Echter zonder subsidies is dit nooit haalbaar. Zie de windmolenparken en zonnepanelen. Nu het Rijk de subsidies intrekt, blijkt groene stroom plotsklaps onbetaalbaar.

Duidelijk was wel dat een grote meerderheid van de aanwezigen geen problemen zouden maken als kernenergie meer aandacht zou krijgen dan nu het geval is. Enkele kerncentrales zouden en onze afhankelijkheid van derden reduceren en ons de tijd gunnen om de aankomende 50 jaar naar bruikbare en betaalbare alternatieven te zoeken. Kolencentrales zijn het paard achter de wagen spannen. Dit produceert net zoveel CO2 als b.v. Essent/Nuon zou willen doen afnemen.

 

Wat betreft onze veiligheid dient eerst de vraag te worden beantwoord van “Wie is de vijand”. Te veel zo werd aangegeven lopen we achter Amerika aan. Hiermee veroorzakende een wapenwedloop en verstoring van onze Atlantische verhoudingen. Ons laten meesleuren door Amerika (voorbeeld Irak en Pakistan) hebben ons geen goeds opgeleverd.

Aangegeven werd dat hoe kleiner je bent hoe beter je kunt functioneren. Groot is dus niet altijd beter. Duidelijk dient te worden wat ons gezamenlijk buitenlandsbeleid is.

 

Het onderwerp Asielbeleid kreeg toch een aparte lading mee. Duidelijk is dat de aanwezigen die vrij rechts konden worden genoemd, geen hoge dunk hadden van onze eigen cultuur en dus wel kon worden opgedoekt. Men vond zich Europeaan. De conclusie zou kunnen worden getrokken dat het migratie probleem er niet zou bestaan.

Een land dat geen eigen cultuur heeft en daar via de notabelen ook niet aan laat werken, wordt het zelfde als b.v. Amerika. Duidelijk werd dat het woordje asiel en migratiebeleid niet met elkaar moet worden vergeleken. Het asielvraagstukheeft puur te maken met politieke vluchtelingen en dienen we daarvoor open te staan. Voor wat betreft het migratiebeleid heeft dit te maken met economische gelukzoekers en moet zorgvuldig worden bekeken wat men wilt toelaten. ( krapte op arbeidsmarkt)

Toch dienen in het huidige Europa afspraken hierover te worden gemaakt. Stel zoals in Spanje is gebeurd, worden honderdduizend afrikanen door Spanje gehonoreerd met een generaal pardon. Op dat moment kunnen deze afrikanen in geheel Europa aan het werk. De vraag is of we daar dan op zitten wachten. Dat ging, horende de signalen, ook de bijeenkomst te ver. Dus dienen er afspraken et worden gemaakt.

 

Qua regelgeving dient er nog veel te worden afgesproken. Noem het belastingstelsel etc. men opteert voor heel Europa het zelfde. Een minimum aan regelgeving zou in elk lidstaat moeten tellen. Wil men meer, dan kan dat. Als voorbeeld werd genoemd dat we overal een gehaktbal kunnen kopen. Echter bij enkelen kan je ook mosterd dan wel mayo krijgen. Blijft de vraag of we dit wel willen. Zou nl. overal het zelfde worden verdiend en het dus niet meer uitmaakt of je in Letland of Nederland woont, er kan worden afgevraagd het voordeel van een dergelijk Europa. Als groot ondernemer breng ik dus mijn stukswerk naar b.v. China. Daarmee tegelijkertijd veel werkelozen veroorzakend in het nieuwe Europa.

Ondanks dat in het hele verhaal de landbouw niet werd genoemd werd dit alsnog aan de orde gesteld en gevraagd hier meer aandacht te geven. Als het gaat om regelgeving dan dient in de oud Oostbloklanden de zelfde criteria te worden gesteld aan de productie etc als in Nederland. Het is maar de vraag of dit nu gebeurd en er gesproken kan worden van veilig voedsel.

 

De macht in Europa is nog steeds bij een handjevol personen geparkeerd. Ook al denken we van niet. Het gaat dan om winsten en niet zo zeer om hoe sociaal een en ander is gesteld in de afzonderlijke lidstaten. We maken ons daar wel druk om, maar laten toe dat na Amerikaans model onze totale samenleving, culturen etc in de uitverkoop wordt gedaan.

Hadden we voor dat de muur viel oog voor het Oosten, na de val van de muur is daar niet zo veel meer van over. Natuurlijk, onbekend is onbemind maar wordt de burger ook dom gehouden. Zo, als voorbeeld, is de 2e kamer en VNG met de nieuwe APV bezig. Binnenkort worden we daarmee opgezadeld. Hoezo inspraak dan wel ruggespraak met alle betrokkenen.

 

De media wordt de zwarte piet toegeschoven als het gaat om bekendheid van een groot Europa. Dat wat men publiceert wordt namelijk door de politiek voorgekauwd. Tevens wordt nu wel duidelijk dat wordt toegewerkt dat de kleinere landen als Nederland haar vetorecht dienen in te leveren. De grote landen als Duitsland, Frankrijk etc kunnen dan alles bepalen omdat dan een eenvoudige meerderheid besluiten zullen activeren.

 

Verder werd aangegeven dat het afgelopen moet zijn met twee vergaderplaatsen. Dat werkt niet efficiënt. Verder dient men dat wat is besloten te handhaven. Is een roetfilter bepalend voor de uitstoot, dan dient dit bij een ieder te worden doorgevoerd. Echter de praktijk leert ons dat andere belangen belangrijker zijn en dus de roetfilter wordt tegen gehouden.

De opmerking als zou achterstanden bij een potentiële lidstaat geen criteria mogen zijn voor de toelating, roept veel vragen op en dit wel de juiste uitgangspunten zijn. Dit kon, als dit wel zo is, wel eens het einde betekenen van Europa.

 

Op deze avond werd 12 landen opgevoerd met de vraag welke nog mochten toetreden. Van onze kant is aangegeven dat alle landen eindigend op een E (10 stuks) uitgesloten zijn en die landen die eindigen op een O of een A (2 stuks) groen licht konden krijgen.

 

Eindconclusie: ruim 90 % van de aanwezigen bleek voor de grondwet in 2005 te hebben gestemd. Hiermee werd duidelijk dat de samenstelling niet representatief was als doorsnede van de Nederlandse bevolking. (2/3 had nl tegen gestemd.)

Nederland blijkt nog steeds het mooiste land te zijn als je terug komt uit een ander lidstaat. Houden zo. Een referendum wordt door de notabelen al bij voorbaad uitgesloten, de vraag is nu alleen nog, hoe verkoop je dit als politiek. “Europa prima, maar niet dit Europa”, zou een nieuwe slagzin kunnen worden, zeker als we het moeten hebben over een beschaafd Europa!!

 

 

20 MEI 2007: HERHAALDE OPROEP ONDERTEKENING PETITIE I.V.M. NIEUW EU-VERDRAG

 

PETITIE REFERENDUM NIEUW EU-VERDRAG

 

In 2005 heeft de Nederlandse bevolking de zogenoemde Europese Grondwet bij referendum verworpen. De gevestigde politiek durfde het toen niet aan om onmiddellijk rechtstreeks tegen deze uitspraak in te gaan. Achter de schermen echter wordt gewerkt aan een methode om de burgers alsnog te passeren. Een nieuw verdrag is in de maak. Dit krijgt mogelijk niet het etiket “grondwet”, en de tierelantijntjes worden er wellicht afgehaald, maar de essentie zal hetzelfde zijn. Dit verdrag wil men dan zonder referendum laten vaststellen. Het is onzes inziens absurd dat men met zo’n trucje de bevolking wil trachten te passeren, terwijl deze zich zo duidelijk had uitgesproken.

 

Er zijn initiatieven ontplooid om een tegengeluid te laten horen. Onze aandacht werd getrokken door een initiatief om een petitie te organiseren, om er op aan te dringen toch een referendum te houden voor als er een nieuw EU-verdrag ter sprake komt. Deze actie is opgezet door het “Samenwerkingsverband Ander Europa”, dat uit diverse organisaties bestaat. Wij hebben geen binding met de participerende organisaties, en zullen het op politiek gebied niet op alle punten met hen eens zijn; maar wij steunen het initiatief om bij petitie een referendum te verzoeken. De tekst van de petitie luidt als volgt.

 

Op 1 juni 2005 gingen wij naar de stembus om ons uit te spreken over de Europese Grondwet. Een grote meerderheid stemde tegen. Nu werken de lidstaten van de Europese Unie aan een ‘oplossing’ voor het Nederlandse en Franse NEE tegen de Europese Grondwet. Wat daar uit zal komen is nog onzeker, maar waarschijnlijk wordt het een nieuw EU-verdrag. Wij verzoeken de Tweede Kamer over dit nieuwe verdrag opnieuw een referendum te organiseren, zodat wij als kiezers ons erover uit kunnen spreken.

 

Ook wij roepen een ieder op om deze petitie te steunen. Dit kan door het invullen van een digitaal formulier op www.wijwillenreferendum.eu. Zie anders ook de doorlink, met bijbehorend artikel, op de website van Leefbaar Tynaarlo. Geen internet? Leefbaar Tynaarlo is wel bereid uitdraaien van de schriftelijke formulieren, met nadere informatie, te verstrekken. Wij vinden namelijk dat vanwege de duidelijke uitspraak uit 2005, ook een eventueel nieuw verdrag rechtstreeks aan de bevolking moet worden voorgelegd.

 

 

7 MEI 2007: OPROEP ONDERTEKENING PETITIE I.V.M. NIEUW EU-VERDRAG

 

ONDERTEKEN DE PETITIE VOOR EEN REFERENDUM OVER HET NIEUWE EU-VERDRAG!

 

Medeburgers!

 

In 2005 is onder andere door Nederland bij referendum de EU-Grondwet massaal verworpen. Nu gaan er, voor en achter de schermen, bij Europese en nationale hoge piefen stemmen op om dan maar een “mini-grondwet” vast te stellen, zonder het etiket “grondwet”, om enkel de institutionele hervormingen vast te stellen, zonder referendum te houden. Men is dus gewaarschuwd voor politieke trucjes waarmee de bevolking de komende tijd overvallen kan worden… Eerst moet er maar eens op een democratische manier een principebesluit vastgesteld worden over welke richting wij opwillen met Europa, en de positie van Nederland daarin, voordat de detaillistische invulling hiervan wordt vastgelegd. Zodat wij niet opgemerkt in een federatie opgaan, een moloch van een Europese superstaat. Dat is namelijk waar de verworpen EU-Grondwet toe zou hebben gestrekt; en als men een nieuw verdrag vaststelt met een andere sticker er op en met de tierelantijntjes er af, maakt dit dat niets anders. Het is een schande dat, terwijl er zo’n duidelijke uitspraak van de bevolking ligt, deze bevolking nu gepasseerd dreigt te worden. Daar moeten wij nu actie tegen ondernemen, voor het te laat is!

 

Het is ons aller verantwoordelijkheid, om de vrijheid van ons volk en ons land op wettige wijze te verdedigen tegen de dwingelanden die het ons willen afnemen; die ons de lucht uit onze longen willen persen; die ons het licht uit de ogen willen slaan. Alle normale activiteiten van de bevolking worden neergemept met duimendikke pakketten Brusselse regelzucht, zodat alle spontaniteit gesmoord wordt; maar als er tegen excessen van het internationaal financieel grootkapitaal opgetreden moet worden kan dat niet vanwege de zogenoemde vrije markt. De boerenstand wordt hier te lande weggevaagd door de dictaten van Europa. Er kan geen bladzijde meer in enig rechtenboek opengeslagen worden zonder minstens twintig keer te lezen dat alles uit Brussel komt. De nationale democratieën worden vertrapt door een clubje langs vage weg benoemde ambtenaren dat zich de commissie noemt; een reizend circus van een parlement dat geen volk vertegenwoordigd; en een naaikransje van mannetjes in zwarte jurken met witte slabbetjes dat voor hof van justitie moet doorgaan, maar zelf lak heeft aan het recht. Zelfs onze gedachten mogen niet meer vrij zijn van de Europese tiran. Het is Europa voor en het is Europa na; en onder invloed daarvan wordt de democratie waar wij hier eeuwen voor gestreden hebben, waar immense offers voor gebracht zijn, stukje bij beetje om zeep geholpen. Onze volksvertegenwoordiging en regering zijn verworden tot een slaafs uitvoeringsfiliaal. Kan men nagaan wat dit voor de lokale democratieën betekent… De eerste geschreven woorden in de Nederlandse taal waren “maltho thi afrio lito”, ofwel “ik zeg ik maak je vrij, halfvrije”; maar nu worden wij weer tot slaven gemaakt!

 

Er zijn initiatieven ontplooid om een tegengeluid te laten horen. Onze aandacht werd getrokken door een initiatief om een petitie te organiseren, om er op aan te dringen toch een referendum te houden voor als er een nieuw EU-verdrag ter sprake komt. Deze actie is opgezet door het “Samenwerkingsverband Ander Europa”, dat uit diverse organisaties bestaat. Wij hebben geen binding met de participerende organisaties, en zullen het op politiek gebied niet op alle punten met hen eens zijn; maar wij steunen het initiatief om bij petitie een referendum te verzoeken. De tekst van de petitie luidt als volgt.

 

Op 1 juni 2005 gingen wij naar de stembus om ons uit te spreken over de Europese Grondwet. Een grote meerderheid stemde tegen. Nu werken de lidstaten van de Europese Unie aan een ‘oplossing’ voor het Nederlandse en Franse NEE tegen de Europese Grondwet. Wat daar uit zal komen is nog onzeker, maar waarschijnlijk wordt het een nieuw EU-verdrag. Wij verzoeken de Tweede Kamer over dit nieuwe verdrag opnieuw een referendum te organiseren, zodat wij als kiezers ons erover uit kunnen spreken.

 

Ook wij roepen een ieder op om deze petitie te steunen. Dit kan door het invullen van een digitaal formulier op www.wijwillenreferendum.eu.

 

Wie er de voorkeur aan geeft om schriftelijk diens steun te betuigen kan ook op voornoemde website de petitieformulieren downloaden, via deze hyperlink http://www.wijwillenreferendum.eu/file/10 en deze dan uitprinten, en, na het ingevuld en ondertekend te hebben, opsturen naar het volgende adres:

 

Wij Willen Referendum
p/a XminY Solidariteitsfonds
De Wittenstraat 43-45
1052 AL Amsterdam

 

Desgevraagd willen wij aan belangstellenden wel uitdraaien van het petitieformulier verstrekken; of ingevulde en ondertekende exemplaren van dit formulier in ontvangst nemen en naar het bovengenoemde adres doorzenden. Kijkt u bij de contactgegevens over hoe u ons kunt bereiken. Samen met u kunnen wij opkomen voor onze vrijheid!

 

Wij hopen dat ons land op u kan rekenen!

 

 

24 MAART 2007: ACHTERGRONDARTIKEL BETREFFENDE MOGELIJK OPTUIGEN VERKORT EU-VERDRAG VOOR INSTITUTIONELE HERVORMINGEN

 

[Essentie: In 2005 is onder andere door Nederland bij referendum de EU-Grondwet verworpen. Nu gaan er, voor en achter de schermen, bij Europese en nationale topfunctionarissen stemmen op om dan maar een “mini-grondwet” vast te stellen om enkel de institutionele hervormingen vast te stellen, zonder referendum te houden. In het betoog wordt besproken wat voor belang Nederland daarbij heeft. Betoogd zal worden dat het wenselijk is eerst maar eens op een democratische manier een principebesluit vast te stellen over welke richting wij opwillen met Europa, en de positie van Nederland daarin, voordat de detaillistische invulling hiervan wordt vastgelegd. Zodat wij niet opgemerkt in een federatie opgaan. De neiging tot het passeren van de bevolking, die zich nota bene vrij helder heeft uitgesproken, is uiterst zorgwekkend. Men zij dus gewaarschuwd voor politieke trucjes waarmee de bevolking overvallen kan worden…]

 

Moeten we dat willen?

De (on)wenselijkheid van het institutionele deel van de EU-Grondwet

 

1. Inleiding

 

Woensdag 1 juni 2005 was een mijlpaal in de geschiedenis van de Nederlandse democratie. Het Nederlandse volk kreeg toen namelijk voor het eerst sinds de ondergang van de Bataafse Republiek weer gelegenheid zich, weliswaar raadplegend, rechtstreeks uit te spreken over een politieke kwestie. Dit betrof de vraag of Nederland al dan niet diende in te stemmen met het “Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa” (verder: EU-Grondwet).

 

Daarmee kon het Nederlandse volk zich ook voor het eerst, en wellicht voor het laatst, rechtstreeks uitspreken over een kwestie rond de Europese integratie. En het volk sprak luid en duidelijk. Bij een opkomst van 63,3% verwierp 61,5% van de kiezers de EU-Grondwet. [Kiesraad, 2005. Beide percentages naar beneden afgerond.]

 

Tout l’ Europe toonde zich geschokt door de uitslag, alsook door de kort daaraan voorafgaande bindende afwijzing door het Franse volk. Nadat er eerst voor het oog van de buitenwacht “een periode van bezinning” in acht was genomen, is nu te merken dat van binnen en van buiten Nederland de druk om de EU-Grondwet of een vervangende regeling er doorheen te krijgen en de tegenstanders een schuldcomplex aan te praten, wordt opgevoerd.

 

De voorzitter van de Europese Commissie bezocht op 8 februari 2007 de Eerste Kamer en de Tweede Kamer om Nederland op diens verantwoordelijkheid te wijzen omdat twee ministers de EU-Grondwet ondertekend hadden. [Dit is volstrekt onterecht. Ondertekening en volkerenrechtelijke binding van verdragen staan geheel los van elkaar. Gelet op het stelsel van artikel 91 van de Nederlandse Grondwet dient ondertekening te geschieden onder voorbehoud van ratificatie (wat ook bij andere landen gebruikelijk is). Zie ook Besselink, L.F., e.a., 2004,] En om, zoals hij al eerder had gedaan, met klem te ontraden om nogmaals een referendum te houden, omdat referenda het proces tot goedkeuring gecompliceerder en minder voorspelbaar zouden maken . [Beunderman, M., 9 februari 2007 (“Barroso puts pressure on The Hague over EU constitution”) en 6 februari 2007 (“Netherlands set to delay EU referendum decision”).] Ondertussen zetten de lidstaten die de EU-Grondwet geratificeerd hebben en zich “de vrienden van de Europese Grondwet” noemen, Nederland en Frankrijk op de “strafbank” door hen uit te sluiten van een congres in januari 2007 te Madrid over het reanimeren van de EU-Grondwet. [Mahony, H., 22 februari 2007 (“Sarkozy criticises EU integration talks without France”).]

 

Dit alles neemt niet weg dat er ondertussen nog geen nieuwe regeling voor het primaire gemeenschaps- en unierecht ligt ter samenvoeging en vereenvoudiging van de bestaande verdragen. Is dat een probleem? Volgens sommigen wel. Er gaan stemmen op om dan maar een “miniverdrag” tot stand te laten komen, waarin voornamelijk de institutionele hervormingen waarin de EU-Grondwet zou voorzien, worden geregeld. [Beunderman, M., 13 februari 2007 (“Sarkozy says Merkel is ‘interested’ in mini-treaty”); over het voorstel van de Franse minister en presidentskandidaat Sarkozy tot een vereenvoudigd verdrag, waarin voornamelijk de institutionele hervormingen worden gehandhaafd en de bepalingen over waarden en beleidsterreinen worden geschrapt en dat wat hem betreft ook zonder referendum zou kunnen worden aangenomen (waarna hij kelderde in de peilingen).] Het is de vraag of Nederland hieraan diens medewerking zou moeten verlenen. Welk belang heeft Nederland bij de invoering van het institutionele gedeelte van de Europese Grondwet?

 

2. Het institutionele gedeelte van de EU-Grondwet

 

Voor het beantwoorden van de laatstgenoemde vraag dient eerst vastgesteld te worden wat er moet worden verstaan onder het “institutionele gedeelte”. Er is in Deel I, Titel IV (Instellingen en organen van de Unie), een Hoofdstuk I dat “Institutioneel kader” wordt genoemd en waar de samenstelling van de belangrijkste instellingen wordt geregeld. In Hoofdstuk II worden nog andere instellingen en organen gereguleerd. Van dat Deel I is Titel V (Uitoefening van de bevoegdheden van de Unie) relevant voor de wijzen van totstandkomen van besluiten van de Unie. Verder is er in Deel III (Beleid en werking van de Unie), een Titel VI (Werking van de Unie), waarin met name Hoofdstuk I (Institutionele bepalingen) relevant is ter verdere uitwerking van de regeling rond de instellingen en de organen en de wijzen van besluitvorming. Verder staan vaak her en der per onderwerp bepalingen die relevant zijn vanuit institutioneel oogpunt. Alleen in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie in Deel II komen deze in principe niet voor.

 

Wat zou nu onderwerp van regeling zijn voor een “miniverdrag” of een “uitgeklede grondwet” die beoogt de bestaande situatie binnen een uitdijende Unie te vereenvoudigen? Aangenomen kan wel worden dat de meeste waarden; doelstellingen en beginselen (zoals de grondrechten), en normatieve bepalingen over de specifieke beleidsterreinen en bevoegdheden, in dit licht niet van belang zijn. Tierelantijntjes zoals vlaggetjes en liedjes vallen er natuurlijk ook geheel buiten. [Hoewel dezen uiteraard wel een belangrijk symbool kunnen zijn voor de ontwikkelingsrichting waar men met de EU in wil slaan. Wie de EU wil blijven zien als een intergouvernementeel samenwerkingsverband van soevereine nationale staten, zal wellicht meer reserves hebben tegenover dergelijke quasi-staatssymbolen dan degenen die een ontwikkeling voorstaan richting een confederatie of federatie en één Europees volk.] Bepaalde basisprincipes, zoals de rechtspersoonlijkheid van de Unie (artikel I-7) en, ter bevestiging van uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (verder: HvJEG), de voorrang van Europees recht boven nationaal recht (artikel I-6), kunnen echter wel van belang zijn; bijvoorbeeld voor de verhouding tussen de Unie en de lidstaten. In het licht van dit laatste is ook de aard van de “huishouding” van de Unie relevant: de wijze van verkrijging van bevoegdheden van de Unie en de exclusieve of concurrerende aard van deze bevoegdheden ten opzichte van de lidstaten.

 

In het navolgende wordt ervan uitgegaan dat bepalingen uit de EU-Grondwet een institutioneel karakter hebben indien zij relevant zijn ten aanzien van: de plaatsing van de Europese Unie (verder: EU) en diens rechtsorde binnen de wereldwijde en de nationale rechtsordes; de samenstelling en de werking van de instellingen en organen van de Europese Unie; de verhouding tussen de diverse instellingen en organen van de EU (en hun leden); de verhoudingen tussen de EU (en diens instellingen en organen) en de lidstaten (en hun organen en onderdelen); de diverse wijzen van totstandkoming van besluiten; en de mogelijkheden veranderingen aan te brengen betreffende voornoemde zaken. Dit ook omdat juist deze kwesties invloed kunnen hebben op de ontwikkelingsrichting die de EU in zal slaan, zoals in een interstatelijke; communautaire; confederale of federale (of zelfs unitaire) richting.

 

3. Voorbeschouwing over wat als belang van Nederland moet worden gezien

 

Aan de vraag wat het belang van Nederland is bij het institutionele deel van de EU-Grondwet, gaat de vraag vooraf wat als het belang van Nederland moet worden gezien, en eigenlijk ook wat het belang van Nederland is bij de EU op zichzelf. Onder het belang van Nederland wordt verstaan: het belang van het Nederlandse volk, aangezien de staat er is voor de burgers en niet andersom. Aan het Nederlandse volk is - in ieder geval tot 2005 - nooit rechtstreeks iets gevraagd over de algemene uitgangspunten van de Europese integratie.

 

Toen de oprichtende staten in 1951 en 1957 de gemeenschapsverdragen sloten, stond hen bovendien een zo vergaande ingreep in hun constitutionele stelsels zoals die zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld, niet voor ogen. [Pot, C.W. van der, e.a. (bewerkt door Prakke, L., e.a.), 2001, p. 594-603 (met name p. 597).] Leerstukken als rechtstreekse doorwerking van de verdragen in de nationale rechtsorde ongeacht het monistische of dualistische stelsel van de staat; begrenzing van de nationale soevereiniteit; voorrang van het gemeenschapsrecht en het ontstaan van een nieuwe rechtsorde die uit autonome bron zou voortvloeien en een eigen legitimatie zou hebben; zijn in het algemeen niet door de verdragssluitende staten - laat staan de volkeren van Europa - voorzien, maar feitelijk vooral ontwikkeld door het HvJEG. Zoals ondermeer in de uitspraken HvJEG, 5 februari 1963, zaak 26-62, “Van Gend en Loos” en HvJEG, 15 juli 1964, zaak 6-64, “Costa-ENEL”. Dit betreft feitelijk stellingen van het HvJEG, oftewel claims, die tot dusver nooit ondubbelzinnig door de verdragsstaten zijn bevestigd; terwijl een zo vergaande oprekking van het Europees recht ook op gespannen voet staat met het beginsel dat een rechter geen wetgever is. [Vergelijk: Pot, C.W. van der, e.a. (bewerkt door Prakke, L., e.a.), 2001, p. 27, over de beschrijving van de door Montesquieu in 1748 (in De l’ esprit des lois) voorgestane machtenscheiding ter voorkoming van tirannie.] De meeste lidstaten zien onverkort de eigen constitutie en soevereiniteit als de grondslag voor de rechtsorde en dus voor de werking van het Europees recht daarin (behalve Nederland natuurlijk weer, die zou ook eens één keer wat assertiviteit aan de dag leggen…). [Pot, C.W. van der, e.a. (bewerkt door Prakke, L., e.a.), 2001, p. 597-602, met onder meer beschrijving van het “Maastricht Urteil” van het Duitse Bundesverfassungsgericht van 12 oktober 1993 (BVerfGE 89. 155). In de naschok van het referendum in Nederland is de positie van Nederland ten opzichte van de EU ook ter sprake gekomen. Zo noemde A. Nicolaï, toen Staatssecretaris van Europese Zaken, op 11 juni 2007, in zijn toespraak “Een beter Europa is een bescheidener Europa”, Europees beleid een verlengstuk van nationaal beleid.] De EU en de Gemeenschappen (zoals de Europese gemeenschap, verder: EG) hebben bevoegdheden (wat iets anders dan soevereiniteit is) voorzover het de bedoeling van de soeverein blijvende staten was die aan hen, tot wederopzegging, te attribueren, en niet meer dan dat. Er is vooralsnog geen reden te tornen aan het uitgangspunt van de nationale soevereine staten. [Ook niet door uit te gaan van soevereiniteitscomplexen {ofwel -netwerken} door te verwijzen naar andere rechtsgemeenschappen (zoals gemeenten en provincies), die immers enkel bevoegdheden hebben bij de gratie van de wil van de nationale staat, die deze vanuit diens soevereiniteit verleent, gelijk hij bevoegdheden aan de EU en EG verleent. {Wat niet afdoet aan het grote belang van het in Nederland natuurlijk ontwikkelde stelsel van decentrale democratieën, dat eenvoudigweg berust op de wil van de bevolking, en dus van de nationale staat.}]

 

De meest definitieve oplossing voor het Europese probleem voor Nederland is het uittreden uit de EU en wat daarin is ondergebracht, en het hernemen van de volle nationale bevoegdheden. De eventuele economische nadelen daarvan op handelsgebied kunnen ten dele worden opgevangen door tarifaire samenwerkingsverbanden aan te gaan met landen - wellicht elders ter wereld, hetgeen heden ten dage geen groot probleem hoeft te zijn - die zich op hun zelfstandigheid voorstaan. Bijvoorbeeld in een model zoals dat thans nog bestaat bij de Europese Vrijhandelsassociatie (maar dan wellicht nog wat vrijblijvender). [Zo beschrijft ook A. Spits, bestuurslid van de Frédéric Bastiat Stichting, de Europese Vrijhandelsassociatie als alternatief voor de Europese Unie. Spits, A., 2004.] Zonder communautaire, confederale of statelijke pretenties. Zonder een reizend circusparlement dat geen bestaand volk vertegenwoordigt. Zonder een commissie van ambtenaren met een exclusief recht van initiatief. En zonder een hof van benoemde ambtenaren dat onbelemmerd contra legem uitspraken kan doen en daarmee de nationale democratieën trotseert. [Ook de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie staan thans onder controle van een “Toezichthoudende Autoriteit” en een “Hof”, doch dat is in het kader van de met de Europese Gemeenschap gesloten Overeenkomst op de Europese Economische Ruimte uit 1994, die de instelling van die organen verplicht stelt in artikel 108.]

 

Een vergaande beschouwing over zulke mogelijkheden valt echter buiten het bestek van dit betoog, en wellicht is de tijd er ook nog niet geheel rijp voor. [De bepaling die uittreding uit de EU mogelijk maakt, is wel een snoepje uit eigen zak. Dit kan van nature al.] Toch is de kwestie rond de toekomst van de EU en de positie van Nederland daarin, relevant voor de vraag of Nederland belang heeft bij het institutionele gedeelte van de EU-Grondwet. Staat men bijvoorbeeld een behoud van de interstatelijke aard van de EU voor, dan zal men de vraag of een versterking van de communautaire organen (zoals het Europees Parlement, de Europese Commissie en het HvJEG) en het “communautaire gehalte” van de besluitvorming (door bijvoorbeeld meer stemming met gekwalificeerde meerderheid in plaats van unanimiteit toe te staan) een voordeel of een nadeel is, anders beantwoorden dan wanneer men een (con)federale ontwikkeling voorstaat; en vice versa. In dit betoog zal dan ook vooral aandacht zijn voor de waarschijnlijke ontwikkelingsrichting waarin de EU-Grondwet voorziet (het ligt buiten het bestek van dit betoog om alle institutioneel relevante bepalingen te ontleden). Er wordt daarbij uitgegaan van de wenselijkheid van het zoveel mogelijk handhaven van de hegemonie van de soevereine nationale staten over een interstatelijk samenwerkingsverband. Dit aangezien er vooralsnog geen democratisch totstandgekomen principebesluit ligt over de wenselijkheid van een verdere ontwikkeling van de verhoudingen binnen Europa naar een confederaal of federaal verband. [Jonge, P. de, 2006, p. 867, stelt ook dat het wenselijk is dat er eerst een fundamenteel besluit ligt, in plaats van een “heimelijke gedaanteverwisseling van de EU tot een federatie - zoals door de Europese Grondwet kennelijk beoogd, althans mogelijk gemaakt”.]

 

Mede gezien de duidelijke uitslag van het referendum in 2005 - dat weliswaar niet de Europese integratie in het algemeen betrof; doch ook niet bepaald kan worden beschouwd als positieve indicatie voor de wens tot verdere integratie - zou het opmerkelijk en zorgwekkend zijn als zo’n fundamenteel besluit over de hoofden van de bevolking heen wordt vastgesteld met als enige legitimatie die van de volksvertegenwoordiging, die enkel een afgeleide is van de legitimiteit die van het volk uitgaat. In het Nederlandse staatsrecht is weliswaar directe democratie tot nu toe een vreemde eend in de bijt en tot dusver is de nederlegging van de soevereiniteit bij het volk niet uitdrukkelijk erkend. [Anders dan bijvoorbeeld in de Franse Republiek (preambule en artikel 3 van de Franse Grondwet); de Bondsrepubliek Duitsland (preambule en artikel 20 van de Duitse Grondwet); het Koninkrijk België (artikel 33 van de Belgische Grondwet), en ook in de Verenigde Staten, gezien de preambule van diens Grondwet (“We, the people…”). Hetgeen overigens nog niets hoeft te zeggen over het vormgeven van de democratische legitimatie.] Maar dat laatste kan wel als voorpositief beschouwd worden: immers is vrij algemeen aanvaard dat er een democratische legitimatie van overheidsoptreden dient te bestaan, die in Nederland vorm krijgt binnen een representatief stelsel. Wij zouden ons echter af kunnen vragen of een besluit dat het gevolg kan hebben dat Nederland uiteindelijk zal opgaan in één Europees staatsverband en dat bevordert dat de volkeren van Europa zich mogelijk zullen ontwikkelen tot één Europees volk - een kwestie die tot dusver in het staatsrecht eigenlijk niet is voorzien - niet zo verstrekkend is dat het geacht moet worden buiten de grenzen van enig indirect democratisch mandaat te vallen. [Momenteel is een nieuw referendum vrij onzeker. Wel lijkt (of leek) de regering zich ervan bewust te zijn dat het van belang is rekening te houden met het draagvlak bij de burgers voor Europese aangelegenheden. Zo is er onderzoek gedaan naar opvattingen over de toekomst van Europa, en zijn er discussiefora ingesteld (zoals www.nederlandineuropa.nl, die overigens gericht is op details in plaats van op de grote lijn).  In 2005 erkende Staatssecretaris Nicolaï dat het hoog tijd wordt methodes te ontwikkelen “die garanderen dat zonder de steun van de Europese burgers geen onomkeerbare stappen worden gezet in de besluitvorming over ingrijpende kwesties”.]

 

4. Het belang van Nederland bij het institutionele gedeelte van de EU-Grondwet

 

Voorzover enig nieuw Europees verdrag niet meer behelst dan het comprimeren van de bestaande verdragen tot één document (dus een redactionele aanpassing), zonder de status quo te veranderen, kan het neutraal tegemoet getreden worden. Voorzover er echter institutionele wijzigingen zullen optreden, dient onderzocht te worden wat voor invloed die zullen hebben op de verdere ontwikkeling van de Europese integratie.

 

De EU-Grondwet beoogt aanmerkelijke wijzigingen aan te brengen in de bestaande situatie in de uitdijende Unie. Als men deze wijzigingen in beschouwing neemt, valt op dat er een versterking plaatsvindt van het communautaire gehalte van de EU, ook in de peilers die buiten de huidige EG vallen. Voor een deel betreft het codificatie van pro-integrationistische uitspraken van het HvJEG, zoals die betreffende de voorrang van zowel primair als secundair Europees recht boven nationaal recht (artikel I-6). [Vergelijk artikel 33 van de Grondwet van de Bondsrepubliek Duitsland: “Bundesrecht bricht Landesrecht”.] Ook zijn er een aantal nieuwe regelingen.

 

Juist bij de institutionele bepalingen valt de versterking van de communautaire instellingen en organen; het communautaire gehalte van de instellingen en organen; en het communautaire gehalte van de besluitvormingswijzen op. Dit neigt tot federalisering. Zo worden de bevoegdheden van het Europees Parlement uitgebreid: dat krijgt op verreweg de meeste punten een volledig recht van  medebeslissing (en soms ligt het primaat zelfs bij het Europees Parlement). [Zoals de regering (Ministerie van Buitenlandse Zaken) en de Referendumcommissie onderstreepten in 2005.] Op het eerste gezicht lijkt dit uit democratisch oogpunt een positief punt. Doch de versterking van een Europese volksvertegenwoordiging (terwijl er nog niet gesproken kan worden van een Europees volk), versterkt het communautaire en uiteindelijk het federale gehalte van de EU, ten koste van diens interstatelijke grondslag. Zelfs bij de verdragswijzigingsprocedure - zeker bij de vereenvoudigde procedure - (artikelen IV-443 tot en met IV-445) wordt de rol van het Europees Parlement iets uitgebreid. [Aldus Besselink, L.F., e.a., 2004, p. 45, circuleerden er aanvankelijk zelfs voorstellen om bij verdragswijziging het Europees Parlement in het geheel een goedkeuringsbevoegdheid te geven. Einde parafrase Besselink e.a. Zo’n goedkeuringsbevoegdheid van het Europees Parlement zou feitelijk de federatie ingeluid hebben, aangezien de staten dan geen Herren der Verträge meer zouden zijn geweest, maar hun verdragsbevoegdheid hadden moeten delen met een communautair (of dan federaal) orgaan. Vergelijk artikel V van de Grondwet van de Verenigde Staten. Opvallend is overigens ook de mogelijkheid om bij vereenvoudigde verdragswijzigingsprocedure het communautaire gehalte van besluitvorming op bepaalde onderdelen te versterken (door met gekwalificeerde meerderheid in plaats van met eenparigheid te besluiten).] In de interstatelijke instelling bij uitstek, de Europese Raad, wordt ook het communautaire gehalte verhoogd, door in een vaste Voorzitter te voorzien, die vooral het belang van de EU in het oog dient te houden (artikel I-22). De rol die deze Voorzitter zou worden toebedeeld, heeft wel wat weg van die van een (ceremonieel) “staatshoofd”. Verder wordt er voorzien in een Europese “Minister” van Buitenlandse Zaken (artikel I-28), die een sterkere positie heeft dan de huidige “coördinator van het buitenlandbeleid”. In een andere instelling van interstatelijke aard, de Raad van Ministers, wordt het communautaire gehalte van de besluitvormingswijze verhoogd, door meer te voorzien in stemming met gekwalificeerde meerderheid dan met eenparigheid (artikel I-23 en I-25). Wel positief is de grotere openbaarheid van de beraadslagingen van deze Raad (artikel I-24 en I-50), die de democratische controle op de onderscheidenlijke ministers (ondermeer door de nationale parlementen) kan vergroten. Van een van de meest communautaire instellingen, de Europese Commissie, wordt het communautaire gehalte nog verder onderstreept doordat er niet meer per lidstaat een commissaris wordt benoemd. En ten slotte worden ook de bevoegdheden van het HvJEG (dan Hof van Justitie van de Europese Unie genoemd, verder: HvJEU) uitgebreid, ook in de peilers die buiten de huidige EG vallen.

 

Ogenschijnlijk positief is wel dat de bevoegdheden van de EU nauwgezetter worden vastgelegd, het attributiebeginsel wordt onderstreept en het subsidiariteitsbeginsel wordt uitgewerkt, waarbij de nationale parlementen een toezichthoudende rol krijgen toebedeeld. Maar onzeker is of dit al dan niet een “wassen neus” is, aangezien het communautaire HvJEU uiteindelijk de doorslag zal geven, terwijl het HvJEG bekendstaat als pro-integrationistisch. [Jonge, P. de, 2006, p. 857-867, over de rol van het HvJEG in de integratie, vergeleken met het Supreme Court van de Verenigde Staten. De rol van de rechter in de federalisering van de verhouding wordt subliem geschetst. {Terwijl het nota bene in de Verenigde Staten de bedoeling was geweest om, evenwel met waarborgen voor enige zelfstandigheid van de Staten, in een federale unie en één volk - people - op te gaan, terwijl van zo’n bedoeling binnen Europa tot dusver niet gevoeglijk is gebleken.}]

 

5. Conclusie

 

De EU-Grondwet, en juist in het bijzonder het institutionele gedeelte daarvan, zal een opmaat vormen voor een verdere federalisering van de verhoudingen in Europa. Totdat er een democratisch totstandgekomen principebesluit ligt dat zulks wenselijk is, moet dit als onwenselijk worden gezien. Nederland, dat vereenzelfigd dient te worden met het Nederlandse volk, dient tot die tijd geacht te worden geen belang te hebben bij (het institutionele gedeelte van) de EU-Grondwet. Een besluit dat zo fundamenteel is als de beslissing de eigen staat op te laten gaan in één nieuw Europees staatsverband, en het eigen volk is één Europees volk, is zo vergaand, dat dit buiten de grenzen van het mandaat van de volksvertegenwoordiging valt en derhalve gebaseerd dient te zijn op een rechtstreekse uitspraak van het volk. De huidige signalen, dat er mogelijk geen nieuwe referenda zullen worden gehouden voor nieuwe verdragen zonder grondwettelijke opsmuk maar die in essentie dezelfde gevolgen zullen hebben als de EU-Grondwet beoogde, zijn dan ook zorgwekkend.

 

Bronnenlijst:

 

Besselink, L.F., e.a., De Nederlandse Grondwet en de Europese Unie, Europa Law Publishing, Groningen, 2004.

 

Beunderman, M., “Netherlands set to delay EU referendum decision”, 6 februari 2007, <http://euobserver.com/?aid=23429> (25 februari 2007).

 

Beunderman, M., “Barroso puts pressure on The Hague over EU constitution”, 9 februari 2007, <http://euobserver.com/?aid=23458> (25 februari 2007).

 

Beunderman, M., “Sarkozy says Merkel is ‘interested’ in mini-treaty”, 13 februari 2007, <http://euobserver.com/?aid=23480>  (25 februari 2007).

 

Jonge, P. de, “Het subsidiariteitsbeginsel in de Europese Grondwet: panacee of paard van Troje?”, in: Ars Aequi, jaargang 55, nr. 12 (december 2006), p. 857-867, Stichting Ars Aequi, onder redactie van Rijn van Alkemade, J. van, e.a.

 

Kiesraad, Proces-verbaal van de zitting van het centraal stembureau inzake de vaststelling van de uitslag van het raadplegend referendum over het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, ’s-Gravenhage,  6 juni 2005.

 

Mahony, H., “Sarkozy criticises EU integration talks without France”, 22 februari 2007, <http://euobserver.com/?aid=23546> (25 februari 2007).

 

Ministerie van Buitenlandse Zaken, Grondwetkrant; Het Referendum, Nederlandse regering, ’s-Gravenhage, april 2005.

 

Ministerie van Buitenlandse Zaken, “Over deze site”, z.j., <http://www.nederlandineuropa.nl/over_deze_site> (25 februari 2007).

 

Nicolaï, A., “Een beter Europa is een bescheidener Europa”, 11 juni 2005, <http://www.minbuza.nl/nl/actueel/speeches,artikelen_bewindslieden/artikelen_staatssecretaris_nicolai_xeuropese_zakenx/een_beter_europa_is_een_bescheidener_europa.html#a2> (25 februari 2007).

 

Pot, C.W. van der, e.a., “Handboek van het Nederlandse staatsrecht”, 14e druk (bewerkt door Prakke, L., e.a.), W.E.J. Tjeenk Willink, Deventer, 2001.

 

Referendumcommissie, Samenvatting van het verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, ’s-Gravenhage, april 2005.

 

Spits, A., “De Europese Vrijhandelsassociatie”, 8 juni 2004, <http://www.free-europe.org/blog/?itemid=157> (25 februari 2007).

 

 

25 SEPTEMBER 2003: “UIT DE OUDE DOOS” (OVER DE WENSELIJKHEID VAN EEN  REFERENDUM, TOEN DE EERSTE  “EU-GRONDWET” NOG ONTWERP WAS)

 

HET REFERENDUM OVER DE EUROPESE GRONDWET EN HET MAATSCHAPPELIJK VERDRAG

 

De afgelopen weken is er in de Tweede Kamer enige discussie gevoerd over het houden van een referendum volgend jaar, over de Europese Grondwet, waarover binnenkort onderhandelingen beginnen tussen de regeringen van de EU-lidstaten. Als de definitieve tekst van deze EU-grondwet is vastgesteld, zal het in principe aan de wetgevende macht (dus regering en Staten-Generaal) zijn om deze te ratificeren. Met de invoering van de EU-grondwet zal een gewichtige stap gezet worden naar een verdere Europese eenwording, aangezien het handelt over grondrechten en voornamelijk instituties en bevoegdheden.

 

Daarom lijkt het ons verstandig om eens te overdenken of het eigenlijk wel gewenst is dat regering en Staten-Generaal geheel zelfstandig een dergelijke beslissing (kunnen) nemen. Immers, de instelling van een EU-grondwet die boven de nationale grondwetten gaat, raakt niet alleen het fundament van de onderscheidenlijke staten, maar, onzes inziens, eveneens de grondvesten van de relatie tussen burger en overheid.

 

Dat zal zullen wij uitleggen. De basisgedachte achter de rechtvaardiging van de macht van de moderne overheid (sinds de tijd van de Verlichting) is onzes inziens dat mensen in principe vrij zijn, maar dat het niet mag zijn dat de vrijheid van de één ten koste gaat van die van de ander. Daarom moet er een bepaalde overheid zijn, die de rechten en vrijheden van eenieder beschermt, het algemeen belang behartigt en die zorgt voor faciliteiten die door particulieren niet of onvoldoende tot stand gebracht kunnen worden.

 

Nu zou men kunnen zeggen dat er in dat licht niets mis is met de EU, dat die immers in een nog groter perspectief kan worden gezien; niet alleen de overheid over vrije burgers, maar de overheid van vrije staten, met als taak ervoor te zorgen dat het vrije beleid van één van de lidstaten niet ten koste gaat van de mogelijkheden van anderen landen (denk bijvoorbeeld aan het storten van kalizout in rivieren) en tevens het behartigen van het gezamenlijk belang. Zo zou men het kunnen zien.

 

Maar er is nog een ander belangrijk punt. Een bepaalde instantie die als overheid optreedt moet, naar opvattingen die sinds de Verlichting opgeld doen (en die ook wij onderschrijven), namelijk een rechtmatiging hebben, dus gelegitimeerd zijn. Een bekende theorie daarover is die van het Maatschappelijk Verdrag van Rousseau (1712-1768). Daarin wordt er vanuit gegaan dat de samenleving als geheel, het volk dus, de soevereiniteit draagt, en daarmee het hoogste gezag vormt. Er wordt daarbij van uitgegaan, hoewel het natuurlijk wel enigszins fictief is, dat allen die onderdeel van de samenleving uitmaken, op basis van vrijwilligheid zijn overeengekomen om voor het behartigen van het algemeen belang een overheid in te stellen. Deze overheid is dus legitiem omdat deze het volk vertegenwoordigd. Zie in deze ook de ideeën van Montesquieu (1689-1755) over de wetgevende macht.

 

Wij hebben als Nederlandse samenleving - zo kan men het zien - dus de Nederlandse Staat als overheid ingesteld, waarover wij gezamenlijk de hoogste macht vormen, in dezen vertegenwoordigd door onze parlementariërs die wij gekozen hebben om hun politieke capaciteiten. Deze Staat heeft dus de mogelijkheid voorschriften vast te stellen die ons verbinden; wij hebben hem zelf die bevoegdheid gegeven. Maar het is, naar onze mening, dus twijfelachtig of de Staat wel het recht en de bevoegdheid heeft om de soevereiniteit, die dus bij de Nederlandse samenleving als geheel rust, (deels) prijs te geven. Dit dus over de hoofden heen van degenen uit wiens handen de Staat deze soevereiniteit ter beschikking heeft gekregen en namens wie de Staat de daaruit voortvloeiende soevereine bevoegdheden uitoefent. De Staat heeft, onzes inziens, niet te beschikken over iets dat aan een nog hogere instantie, namelijk de samenleving, het volk dus, toebehoort. Desondanks is dat al wel regelmatig voorgekomen, en bij de ratificatie van de EU-grondwet zal het weer gebeuren. Overigens zou men natuurlijk kunnen inbrengen dat de Nederlandse wetgever, in het bijzonder de volksvertegenwoordiging, wel degelijk de bevoegdheid heeft gekregen over de Nederlandse soevereiniteit te beschikken: burgers konden bij hun stemgedrag immers de partijstandpunten over de EU en de EU-grondwet mede in overweging nemen. Wij vinden echter dat op dat punt, voor een gewichtige beslissing als deze, de democratische legitimiteit te zeer getrapt (afgeleid) is. Als samenlevingen, volgens hun zelfbeschikkingsrecht, wensen om met andere samenlevingen één grote EU-samenleving te vormen, moet dat kunnen, maar alleen als een ieder zich daar direct zelf over kan uitspreken.

 

In sommige landen is het ook in de nationale grondwet vastgelegd dat als er soevereiniteit uit handen wordt gegeven, het volk zelf daar mee moet instemmen. Denk bijvoorbeeld aan Denemarken, dat in een referendum de Euro en de overdracht van monetaire onafhankelijkheid afwees. Het lijkt ons dan ook essentieel dat het besluit over het instemmen met de EU-grondwet, direct door de Nederlandse kiezer genomen wordt, om te voorkomen dat wij met een Europese overheid opgescheept worden die geen algemene acceptatie geniet.

 

Onze regering zou er wat dat betreft ook goed aan doen om eens te beginnen met het geven van voorlichting over deze kwestie, waar de toekomst van ons land in belangrijke mate van afhangt.

 

 

►►► Laat van u horen over Europa en de EU-Grondwet! (Hoe ook genoemd.)

 

Bijvoorbeeld door de <OPINIEWIJZER> (een soort enquête) voor de Tweede Kamer in te vullen, of door een <PETITIE> te ondersteunen die voor een referendum pleit (zie nu ook een <andere petitie>). Graag zouden wij u allen hiertoe op willen roepen.